Chapex van architecten jan de vylder inge vinck en AgwA wint als eerste Belgische project ooit de EUmies Award
Het Charleroi Palais des Expositions (Chapex), ontworpen door architecten jan de vylder inge vinck en AgwA, heeft de EUmies Award 2026 – de belangrijkste Europese prijs voor hedendaagse architectuur – gewonnen. Het is de eerste keer dat een Belgisch project de hoofdprijs in de wacht sleept. Het project kwam tot stand in opdracht van de Stad Charleroi, in samenwerking met onder meer de Charleroi Bouwmeester, landschapsarchitect Denis Dujardin, Doorzon Interieurarchitecten, Bureau Greisch en Delta GC.
De winnaars werden op 16 april 2026 bekendgemaakt in de Aalto Silo in Oulu, Europese Culturele Hoofdstad 2026, na een selectie uit 410 inzendingen uit heel Europa. De jury bezocht zeven shortlistprojecten en koos daaruit Chapex als laureaat in de categorie Architectuur. De prijs wordt georganiseerd door de Fundació Mies van der Rohe met steun van het Europese programma Creative Europe.
Van expohal tot open stedelijk landschap
Chapex is de renovatie en herinterpretatie van een grootschalig tentoonstellingscomplex uit de jaren 1950. In plaats van het bestaande gebouw te vervangen, vertrekt het ontwerp radicaal van wat er al is. De enorme betonnen structuur wordt niet gemaskeerd, maar opengelegd en opnieuw geactiveerd als een publiek toegankelijke infrastructuur.
De centrale hal wordt getransformeerd tot een reeks overdekte stadsterrassen, terwijl de omliggende verharde zones plaatsmaken voor een doorlopend parklandschap. Het gebouw evolueert zo van een introvert complex naar een open en doorwaadbare plek, waar architectuur en publieke ruimte in elkaar overvloeien.
Precisie boven spektakel
De kracht van het project schuilt in de gerichte en minimale ingrepen. De architecten herdenken de circulatie, verwijderen selectief delen van het gebouw en maken nieuwe verbindingen, zonder de oorspronkelijke structuur te overschrijven. De bestaande schaal en monumentaliteit blijven daarbij volledig leesbaar.
De jury prijst die aanpak als een “intelligente en precieze transformatie”, die aantoont hoe architectuur kan voortbouwen op het bestaande om nieuwe ruimtelijke en sociale mogelijkheden te creëren. Het project maakt zichtbaar wat al aanwezig was, maar voordien verborgen bleef.
Ontwerpen met beperkingen
Chapex kwam tot stand binnen een relatief beperkt budget, dat onvoldoende was voor een klassieke vervangingsstrategie. Die beperking werd echter een motor voor het ontwerp. Door selectief te slopen en gericht te behouden, ontstaat een nieuwe logica die tegelijk economisch en ruimtelijk efficiënt is.
Volgens de jury belichaamt het project een bredere evolutie binnen de Europese architectuurpraktijk, waarbij beperkingen niet worden vermeden maar ingezet als ontwerpinstrument. Hergebruik, herstel en transformatie worden daarbij centrale strategieën.
Een gebouw dat opnieuw beweegt
De ingrepen leiden tot een fundamenteel andere gebruikservaring. Door het openen van het volume en het introduceren van nieuwe verbindingen ontstaat een continue circulatie doorheen het gebouw. Binnen- en buitenruimte vloeien in elkaar over, en het complex wordt opnieuw onderdeel van het stedelijke weefsel.
Ook de relatie met het landschap wordt hertekend. Het gebouw ligt op een hellend terrein en wordt via nieuwe ingrepen opnieuw verbonden met zijn omgeving. Het publieke domein dringt het gebouw binnen, terwijl het gebouw zelf een actieve rol opneemt in de stad.
Doordachte transformaties
Naast Chapex kende de jury ook de prijs voor Opkomende Architectuur toe aan het Sloveense bureau Vidic Grohar Arhitekti, voor hun tijdelijke huisvesting van het Sloveens Nationaal Theater Drama in Ljubljana. Beide projecten delen een vergelijkbare houding: ze vertrekken van bestaande structuren en zetten in op hergebruik, flexibiliteit en minimale middelen.
Met deze editie bevestigen de EUmies Awards een duidelijke tendens binnen de hedendaagse architectuur: geen spektakelarchitectuur, maar doordachte transformaties die bestaande gebouwen nieuw leven geven. Voor België betekent de bekroning van Chapex tegelijk een symbolische mijlpaal én een erkenning van een ontwerpcultuur die al langer inzet op precies dat soort intelligent hergebruik.