Hoe De Wastuin in Antwerpen commercieel vastgoed en coöperatief wonen slim verenigt (Stramien cv)

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

In Antwerpen is de voormalige Industriële Wasserij Goossens getransformeerd tot het woonproject De Wastuin. Het is een hybride ontwikkeling waarbij een klassieke vastgoedontwikkelaar en wooncoöperatie De Wasserij van Wooncoop de site delen. Via het coöperatieve model van Wooncoop vonden de bewoners een plek voor hun project op een terrein dat door een ontwikkelaar werd aangekocht. Bavo Thiré, architect bij interdisciplinair ontwerpbureau Stramien cv, begeleidde dit proces waarbij commerciële logica en collectieve ambities samen moesten worden gebracht.

De herontwikkeling van de wasserijsite kampte met een zware bodemvervuiling, een miljoenenkost die de overname van de site risicovol maakte. Voor de ontwikkelaar bood de vroege instap van de wooncoöperatie een belangrijke zekerheid. Omdat de groep direct ongeveer een derde van het project afnam, was een groot deel van de verkoop al rond nog voor de bouw startte. "Het was eigenlijk een win-winsituatie", vertelt Bavo Thiré. "De coöperanten waren tevreden, want die waren al een tijd op zoek naar een gepaste locatie met potentieel en voor de ontwikkelaar was het ook direct een concrete klant."

Dubbelrol van de architect

Stramien nam een dubbelrol aan: als architect voor het globale project in opdracht van de ontwikkelaar en als adviseur voor de bewonersgroep. Nadat het bureau de volumes met de stad en ontwikkelaar had afgeklopt, brachten ze Wooncoop aan als directe koper voor ongeveer een derde van het project. Vervolgens hielp Stramien de coöperanten om hun wensen binnen die reeds ontworpen volumes in te passen door onder meer te bespreken wat al dan niet mogelijk was.

Waar de ontwikkelaar focust op klassiek verkoopbare units, hebben de coöperanten een andere visie op wonen: “Bij de ontwikkelaar is er wel wat masseerwerk nodig voor typologieën zoals duplexen of toegangen via een gaanderij in plaats van een eigen voordeurtje." De bewoners stonden hier juist sneller voor open. Omdat zij als groep collectiever denken, zijn ze toleranter ten opzichte van elkaars nabijheid. "Ze kunnen het verdragen dat een medebewoner via hun terras naar zijn of haar eigen appartement gaat. Dat is ondenkbaar in een privaat project. Daar zit veel winst: je kunt compacter bouwen en meer uit de beschikbare ruimte halen."

Toewijzing van units

Een cruciaal moment in het traject van de Wastuin was de toewijzing van de woningen binnen de coöperatie. Na individuele interviews over hun gezinssituatie, budget en specifieke wensen, maakte Stramien een ruimtelijke puzzel waarin iedereen een plek kreeg toegewezen. Thiré omschrijft de presentatie van deze plannen als een "bommetje" dat hij tijdens een plenaire vergadering in de groep liet ontploffen.

Niet iedereen zag zijn aanvankelijke voorkeuren (zoals een terras op het zuiden of een plek weg van de straat) meteen weerspiegeld. Thiré liet de groep echter zelf de oplossing zoeken: "Wij hakken als architect op dat vlak geen knopen door, we proberen het ruimtelijk inzicht alleen maar behapbaar te maken voor die mensen." Na amper tien dagen van onderling overleg kwamen de bewoners zelf tot een gedragen consensus over de verdeling van de units.

Architectuur die ontmoeting faciliteert

De site bestaat uit nieuwbouw en de renovatie van een oud magazijn. Dit voormalige magazijn telt vier bouwlagen en leende zich door zijn specifieke industriële structuur en diepe volumes niet overal voor de inrichting van individuele appartementen. Daardoor ontstond er een overschot aan restruimte, die vervolgens functioneel werd ingevuld met collectieve voorzieningen.

De drempel voor contact is in het ontwerp bewust laag gehouden. "Wanneer de bewoners van hun appartement naar de tuin gaan, lopen ze altijd langs de gemeenschapsruimte”, zegt Thiré. "Daardoor werkt die ruimte heel goed om spontaan in contact te komen met andere bewoners." Terwijl de jongere gezinnen kozen voor een gedeelde coworkingruimte, had de oudere groep bewoners behoefte aan een gemeenschappelijke keuken en woonkamer, een plek voor sociaal contact die ze essentieel vonden voor het slagen van het project.

Sociale meerwaarde en solidariteit

Het model van Wooncoop maakte sociale keuzes mogelijk die in een standaardproject zelden voorkomen. De bewoners besloten gezamenlijk aandelen af te staan om een kleine unit vrij te houden voor een vluchtelingengezin. Omdat het coöperatieve model werkt met een flexibele aandelenstructuur, konden bewoners met meer financiële slagkracht de kar trekken om zo de drempel voor minder kapitaalkrachtigen te verlagen, wat de weg vrijmaakte voor een oprechte, solidaire invulling van het gebouw.

Ook de interne solidariteit en flexibiliteit binnen het project waren groot. Wanneer toekomstige bewoners over beperktere financiële middelen beschikken, wordt er in het ontwerp gezocht naar creatieve, ruimtebesparende oplossingen. Zo werd er binnen het project geëxperimenteerd met uiterst compacte units waarin bijvoorbeeld een vernuftig optakelbaar bed aan het plafond voor extra leefruimte zorgt. Op die manier blijft een eigen woonplek ook voor lagere budgetten financieel haalbaar.

Lessen voor de toekomst

Voor Bavo Thiré bewijst De Wasserij dat coöperatief wonen kansen biedt voor compacter bouwen en een efficiënter ruimtegebruik. "Het oogt vriendelijk, het opent zich meer naar de omgeving en het is uitnodigend" Het succes staat of valt volgens hem met de interne organisatie van de groep: een duidelijke besluitvormingscultuur en een goede verdeling van taken zorgen ervoor dat het proces voor alle bouwactoren werkbaar blijft.

  • Deel dit artikel

Onze partners