Houtbouw en brandveiligheid gaan hand in hand op zorgcampus Sint-Jozef in Ekeren (Bovenbouw Architectuur)
In Ekeren realiseerde zorgorganisatie Heder samen met BuSO De Tjalk en BuBAO Het Sas de nieuwe zorgcampus Sint-Jozef, een ambitieus project naar een ontwerp van Bovenbouw Architectuur waarin onderwijs, internaat, therapie en revalidatie samenkomen. De campus, gelegen aan het Rozemaaipark naast de A12, omvat een gebouw van 23.500 vierkante meter met een opvallend compacte, meerarmige structuur. Houtbouw vormt daarbij niet alleen een duurzame constructiekeuze, maar bepaalt ook sterk de sfeer en beleving van de campus. Tegelijk bracht die keuze specifieke uitdagingen met zich mee op het vlak van stabiliteit, trillingen en vooral brandveiligheid.
Bovenbouw Architectuur koos bewust voor een doorgedreven toepassing van Cross Laminated Timber (CLT), waarmee de campus uitgroeit tot een van de grootste houtbouwprojecten van België. Die keuze sluit aan bij de duurzame ambities van het project, waarin ook warmtepompen en geothermie zijn geïntegreerd. De architecten wilden echter meer dan enkel een ecologisch gebouw realiseren: het zichtbare hout zorgt ook voor een warme, rustgevende omgeving die een positieve invloed heeft op het welzijn van de kinderen en jongeren. Dat architecturale uitgangspunt vroeg tegelijk om een zeer doordachte aanpak van de brandveiligheid.
Brandveiligheid als ontwerpvraag
Hoewel hout nog vaak met brandgevoeligheid wordt geassocieerd, toont de zorgcampus hoe hedendaagse houtbouw perfect aan strenge veiligheidsnormen kan voldoen. De CLT-wanden en vloerplaten behalen een brandweerstand van minstens zestig minuten zonder bijkomende beschermende lagen. Dat betekent dat de dragende structuur voldoende lang intact blijft bij brand, zodat gebruikers veilig kunnen evacueren en hulpdiensten tijd krijgen om in te grijpen.
Op strategische plaatsen werden bijkomende maatregelen genomen om de ontvlambaarheid onder controle te houden. Vooral langs vluchtwegen werd extra aandacht besteed aan de afwerking, onder meer via beschermende coatings en voorzetwanden. Slechts enkele gebouwdelen werden niet in hout uitgevoerd: de liftkokers zijn in beton opgetrokken, technische lokalen kregen metselwerk en de verhoogde speelplaats werd uitgevoerd in staalplaatbeton. Zo ontstaat een doordachte hybride structuur waarin architecturale expressie en veiligheid zorgvuldig met elkaar in balans worden gebracht.
Compacte campus met menselijke schaal
Naast de technische aspecten valt vooral de ruimtelijke organisatie van de campus op. Door te werken met verschillende vleugels en meerdere toegangen vermijden de ontwerpers dat het omvangrijke complex massief of intimiderend aanvoelt. De school en het internaat krijgen elk een eigen adres aan respectievelijk de Leo Baekelandstraat en de Herman Vosstraat, terwijl bijkomende doorgangen en patio’s zorgen voor een afwisseling tussen openheid en geborgenheid.
Ook de relatie tussen gebouw en landschap speelt een belangrijke rol in het ontwerp. Volgens Bovenbouw Architectuur moest de campus functioneren als een actieve schakel tussen buurt, gebouw en buitenruimte, eerder dan als een afgesloten zorgomgeving. Binnenruimtes lopen visueel over in het landschap, gangen bieden doorzichten naar patio’s en buitenzones, en de verschillende zintuiglijke ervaringen maken van het interieur bijna een verlengstuk van de buitenruimte. Daarmee krijgt de campus een uitgesproken open en inclusieve uitstraling.
Techniek en welzijn verweven
Ook constructief vroeg het project een uitzonderlijke aanpak. Omdat de ondergrond sterk varieerde — onder meer door een voormalige vijver op het terrein — werd gewerkt met grindkernen en een versterkte funderingsplaat. Daardoor konden zettingsvoegen vermeden worden, wat cruciaal is in een omgeving waar veel gebruikers zich met een rolstoel verplaatsen. Tegelijk vereiste de lichte houtstructuur bijkomende maatregelen tegen windbelasting en trillingen, onder meer via grondankers, stijvere vloerplaten en een nauwkeurige engineering van de draagstructuur.
De doorgedreven prefabricatie maakte het mogelijk om de omvangrijke campus in slechts twee jaar tijd te realiseren, al vroeg dat een intensieve voorbereiding tussen architect, ingenieurs en aannemers. Dankzij die geïntegreerde aanpak konden sleuven, openingen en technieken vooraf nauwkeurig in de CLT-elementen worden verwerkt, wat de montage op de werf sterk vereenvoudigde. Zo is de zorgcampus niet alleen een toonbeeld van hedendaagse houtbouw en inclusieve architectuur, maar ook van hoe technische innovatie en brandveiligheid vandaag onlosmakelijk deel uitmaken van kwalitatieve zorgomgevingen.