KRITISCHE MASSA. Van starchitect naar influencer-architect (Cente Van Hout)

  • image
  • image

De starchitect schreeuwde met gebouwen. De influencer-architect spreekt in waarden. De ene had een icoon nodig, de andere een missie. Waar de starchitect zocht naar de iconische foto voor zijn El Croquis-cover, zoekt de influencer-architect naar een moreel verheven oneliner die door LinkedIn wordt beloond.

Niet langer is het spectaculaire object vanzelfsprekend het visitekaartje van de architect. Geen glimmende sculptuur, geen vormwil die zich boven de stad verheft, geen handtekeninggebouw dat al vanop afstand roept wie het ontworpen heeft. Dat soort architectuur is vandaag verdacht geworden. Te veel ego. Te veel beeld. Te weinig zorg.

De kritiek op de starchitect was terecht. Architectuur moest opnieuw leren luisteren naar zijn context. Het gebouw als autonome sculptuur had zijn grens bereikt, net als het beeld van de architect als onfeilbare grootmeester.

Maar is hierdoor het ego uit de architectuur verdwenen? Niet noodzakelijk. De hedendaagse architect profileert zich gewoon anders. Niet langer via het icoon, maar via de missie. Niet via een herkenbare vorm, maar via een methode. Niet via spektakel, maar via waarden. Waar de starchitect bewonderd wilde worden om zijn uitzonderlijkheid, wil de influencer-architect erkend worden om zijn morele juistheid. 

Het discours rond het ontwerp wordt hierdoor steeds belangrijker. Via posts, manifesten, debatten en podcasts tillen bureaus hun werk boven het alledaagse uit. Een woongebouw is plots geen woongebouw meer, maar “een poreuze woonfiguur waarin private domesticiteit en stedelijke wederkerigheid opnieuw worden onderhandeld”. Groen wordt ontmoeting, ontharding wordt zorg, een plein wordt een “netwerk van human scaled public spaces”, en een methodiek wordt bijna belangrijker dan wat er werkelijk gebouwd wordt.

Dat ontwerpers hun werk verbinden met maatschappelijke vragen, is op zich een goede zaak. De klimaatcrisis, de bouwshift en de wooncrisis vragen om architecten die verder kijken dan de ontwerptafel. Hun praktijkkennis is broodnodig. Architecten moeten spreken, hun vak is te belangrijk om over te laten aan ontwikkelaars of beleidsnota’s.

Maar architecten spreken zelden neutraal. Ze moeten bureaus runnen, wedstrijden winnen en een marktpositie verdedigen. Precies dat maakt de positie van de influencer-architect dubbelzinnig.

Dat roept de vraag op of de architectuurcultuur nu daadwerkelijk kritischer is geworden? Zichtbaarder en taliger, zeker. Maar leidt deze golf van geëngageerde en zelfbewuste architecten ook tot meer verantwoordelijke architectuur? Of zijn we eerder getuige van een ander mechanisme, waarin de geëngageerde architect de eigen praktijk niet zozeer bevraagt, maar vooral bevestigd wil zien?

Daar ligt de dunne lijn tussen onderzoek en positionering. Onderzoek vertrekt vanuit een open vraag. Positionering vertrekt vanuit een antwoord dat achteraf moet bewijzen dat de eigen projecten altijd al de juiste oplossing waren. Het type architectuurlezing die begint met sociale rechtvaardigheid, waarna elk eigen project met terugwerkende kracht als bewijsstuk wordt opgevoerd.

Toch zijn veel van die architectuurpublicaties te intelligent, te zorgvuldig en te rijk aan context om ze zomaar als branding weg te zetten. Ze verzamelen kennis, documenteren processen en maken de complexiteit van de praktijk zichtbaar. Maar een publicatie over behoud, regeneratieve architectuur of stedelijke transformatie is nooit alleen een verslag van wat er gebeurde. Ze is ook een voorstel voor hoe het bureau zichzelf begrepen wil zien.

Terwijl echt onderzoek net durft te tonen waar het schuurt, waar goede intenties botsen op budget, regelgeving of onderhoud; waar circulariteit onbetaalbaar wordt; waar participatie haar democratische belofte niet waarmaakt; waar het sociale verhaal vooral standhoudt zolang de architectuurfotograaf aanwezig is.

En net daar ontstaat de frictie. Op het moment dat onderzoek, engagement en bureaupositionering dezelfde taal gaan spreken, wordt het debat troebel. Wie is er dan aan het woord? De onderzoeker? De activist? De ontwerper die zijn praktijk bevraagt? Of de slimme marketeer die perfect weet welke woorden vandaag deuren openen?

Precies daar ligt een spanningsveld waar de architect van vandaag niet zomaar omheen kan. Een correctie op de starchitect was nodig, maar de influencer-architect heeft de overdrijving niet afgeschaft. Het werd verplaatst van de vorm naar de moraal.

Daarin schuilt misschien de ongemakkelijke opgave waar we allemaal mee worstelen. Hoe spreken over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de architect zonder alles dicht te praten en hoe engagement tonen zonder elk project meteen te moeten omringen met een sluitend moreel verhaal?

Uiteindelijk moet een gebouw meer doen dan bewijzen dat zijn makers aan de juiste kant staan. Het moet de tand des tijds doorstaan en betekenis blijven voortbrengen, lang nadat de podcast is afgelopen, de panelavond voorbij is en de projecttekst met hippe kaft in de kast is verdwenen.

De starchitect maakte het gebouw soms groter dan het was. De influencer-architect maakt het soms juister dan het is. Tussen die twee verleidingen ligt de meest noodzakelijke opgave, namelijk architectuur maken die sterk genoeg is om zonder externe overdrijving relevant te blijven.

Cente Van Hout is architect bij a2o architecten.  Hij is een van de acht auteurs van de nieuwe Architectura-columnreeks Kritische Massa.

In de rubriek Kritische Massa werpen acht columnisten afwisselend hun blik op de maatschappelijke dimensies van architectuur en bouwen: Benjamin Denef, Edith Wouters, Gerd Van Zundert en Peggy Winkels (als duo), Leo Van Broeck, Marc Schepers, Peggy Totté, Tim Vekemans en Cente Van Hout. Vanuit hun uiteenlopende achtergronden en expertises belichten zij elk op hun manier de ruimtelijke vraagstukken van vandaag.

  • Deel dit artikel

Onze partners