LONGREAD. Sagrada Família: tussen bewondering en controverse (Alexis Versele)
Voor de basiliek Sagrada Família van Antoni Gaudí in de Catalaanse stad Barcelona - waarvan de centrale toren begin deze maand als hoogste en meest symbolische element werd ingewijd - bestaat een brede waardering, zowel bij gelovigen als bij niet‑gelovigen. Dat heeft alles te maken met de technische en artistieke genialiteit van het bouwwerk én met de spirituele kracht die ervan uitgaat. Niet voor niets werden de oostelijke geboortefaçade en de crypte al in 1984 op de UNESCO‑Werelderfgoedlijst geplaatst. De basiliek verdient een plaats naast iconen als het Colosseum, de Eiffeltoren, de Egyptische piramides, de Taj Mahal, Machu Picchu en het Vrijheidsbeeld. Het bouwwerk overstijgt de grenzen van verbeelding en creativiteit en belichaamt tegelijk universele waarden van menselijkheid.
De realisatie van de nog steeds in aanbouw zijnde Sagrada Família verliep allerminst over rozen en was bezaaid met een mijnenveld aan explosieve uitdagingen. De bouw ging bovendien gepaard met een reeks controverses. Die hebben voornamelijk betrekking op de herinterpretatie van Gaudí’s plannen, de technische complexiteit en het innovatieve karakter van de door de natuur geïnspireerde boogconstructies en schuine kolommen, de co‑existentie op de site van bouwvakkers, toeristen en gelovigen - met de bijbehorende spanningen tussen de spirituele, toeristische en professionele functies van de plek - de verkeerscongestie rond het monument en ten slotte de inrichting van de hoofdingang.
Gaudí’s architecturale erfenis
Antoni Gaudí i Cornet was een Catalaanse architect en meester‑ambachtsman, bekend om zijn uitzonderlijke creativiteit en zijn integrale benadering van architectuur, waarin hij structurele, functionele en decoratieve elementen samenbracht. Na vroege invloeden van de neogotiek en oosterse stijlen ontwikkelde hij een persoonlijke, organische variant van het Catalaans modernisme, nauw verwant aan de Art Nouveau. Zijn werk wordt gekenmerkt door een intense dialoog tussen natuur, licht en religieuze symboliek, en resulteert in een unieke synthese van modernisme, art nouveau en neogotische elementen.
Ambacht, techniek en spiritualiteit
Dat het met de verwezenlijking van Gaudí’s Sagrada Família tot op heden zo ver heeft kunnen komen, mag als een mirakel worden beschouwd. Misschien zelfs als het mirakel dat nodig is om het proces van Gaudí’s zaligverklaring vooruit te helpen, als opstap naar een mogelijke heiligverklaring. Niet dat andere architecten die eer niet zouden hebben verdiend. Integendeel: denk maar aan Dom Hans van der Laan, de Nederlandse benedictijner monnik en architect (1904–1991), vooral bekend als een van de belangrijkste theoretici van de Bossche School en om zijn invloedrijke theorie van het plastische getal. Maar wellicht is zijn zichtbaarheid op mondiaal niveau te gering om een proces van zalig- of heiligverklaring te dragen.
Misschien hebt u als professional de Sagrada Família al eens bezocht en liet het bouwwerk op u de indruk na dat het eerder een protserige constructie van overdreven kitsch is. En toch: het is een meesterwerk van doorgedreven ambachtelijkheid, ingeniositeit en genialiteit. Zoals bij al zijn gebouwen schuilt ook hier een zeer specifieke manier van werken achter: observeren, oplossingen uitproberen, corrigeren en aandacht besteden aan elk detail. Die werkwijze wordt mooi samengevat in een van zijn meest geciteerde uitspraken: “Om dingen goed te doen, heb je allereerst liefde nodig en ten tweede techniek.” Gaudí wist zijn technische kennis in het juiste perspectief te plaatsen. Hij werkte met geavanceerde structurele ontwerp- en analysemethoden, gebaseerd op evenwicht en geometrie. Zo gebruikte hij de kettinglijn (catenoïde) om de constructie van de basiliek te berekenen. Door de vorm van een hangende ketting omgekeerd toe te passen, zorgde hij ervoor dat de bogen uitsluitend drukkrachten hoefden te weerstaan. In zijn atelier bouwde hij enorme, ondersteboven hangende 3D‑modellen van touwen en kleine zandzakjes als gewichtjes om de ideale, stabiele vorm van gewelven en bogen te bepalen. Door spiegels op de vloer te plaatsen, kon hij het omgekeerde model van bovenaf bekijken en perfectioneren. Dankzij deze techniek kon hij werken met schuin geplaatste zuilen en hoefde hij geen gebruik te maken van zware steunberen aan de buitenkant, zoals bij gotische kathedralen.
Als meester-ambachtsman gaf hij vorm aan materialen, als gelovige ondernam hij geen enkel architectonisch project zonder na te denken over hoe hij het geloof en het evangelie aan zijn tijdgenoten kon overbrengen. Voor Gaudí, vaak “de architect van God” genoemd, werd architectuur een gebed, een missie en een catechismus in steen. Kunsthistoricus en journalist Patrick Sbalchiero schrijft dat je Gaudí’s werk alleen kunt begrijpen wanneer je zijn diep religieuze overtuiging en zijn innerlijke levensweg kent. In zijn biografie Antoni Gaudí: L’architecte de Dieu (2022) belicht Sbalchiero Gaudí’s leven en spiritualiteit niet alleen als architect, maar vooral als “avonturier van God”, een man voor wie kunst, natuur en geloof één geheel vormden. Hij wijst er bovendien op dat de spirituele relevantie van de basiliek ook vandaag - in een geseculariseerde samenleving - blijft aanspreken.
Een Bijbel in steen
De Sagrada Família telt in totaal achttien torens, waarvan de centrale Jezus‑Christustoren met een hoogte van 172,5 meter het hoogste punt vormt. Deze toren is bekroond met een 17 meter hoog kruis. Met de voltooiing van de Jezus‑Christustoren overtreft de Sagrada Família nu de voorheen hoogste kerktoren ter wereld, die van de kathedraal van Ulm (161,53 meter). Verder zijn er de Mariatoren (140 meter), de vier evangelistentorens (elk 135 meter) en de twaalf apostelstorens (variërend tussen 90 en 120 meter). Gaudí’s boodschap behoudt een opmerkelijke actualiteitswaarde. Van de twaalf apostelen krijgt de verrader Judas hier bewust geen plaats. Die keuze sluit aan bij de duidelijke morele oproep die ook vandaag nog weerklank vindt in uitspraken van kerkelijke leiders, onder wie paus Leo, die zich richt tot allen die verraad plegen of geweld ondersteunen.
Elke gevel van de basiliek vertelt zijn eigen verhaal, als een “Bijbel in steen”. De Geboortegevel aan de oostkant straalt leven en beweging uit, terwijl de Passiegevel aan de westkant juist streng en hoekig is, bijna als een klaagzang in steen. Gaudí vertaalde zijn innerlijke wereld in licht en glas. Aan de oostzijde, bij de Geboortegevel, domineren warme kleuren als geel, oranje en groen - de kleuren van ochtend en nieuw leven. Aan de westzijde, bij de Passiegevel, overheersen koelere tinten als blauw, paars en grijs - kleuren die verwijzen naar avond en lijden. Boven het altaar komt alles samen in wit licht, alsof daar een moment van rust ontstaat. Beide gevels dienen - in afwachting van de afwerking van de zuidgevel - voorlopig als toegang tot de basiliek.
Een bouwgeschiedenis vol wendingen
De bouw van de Sagrada Família kent een bewogen geschiedenis van meer dan 140 jaar. In de loop van dat proces zijn verschillende spanningen aan het licht gekomen, met zowel sociale als stedenbouwkundige implicaties.
De constructie begon in 1882 onder leiding van architect Francisco de Paula del Villar y Lozano, die aanvankelijk een neogotisch ontwerp voor ogen had. In 1883 nam Gaudí het project over en transformeerde het tot een Art‑Nouveaugebouw met een radicaal door de natuur geïnspireerd concept. Antoni Gaudí, die zijn leven aan dit project wijdde, zei zelf over het ontwerp: “Echte originaliteit betekent terugkeren naar de oorsprong: naar de schepping, het werk van God, de beste leermeester die er is.” De basiliek is tot op vandaag niet voltooid. Gaudí, voor wie inmiddels het zaligverklaringsproces loopt, vatte zijn houding tegenover de lange bouwtijd kernachtig samen: “Mijn opdrachtgever heeft geen haast.”
De Sagrada Família wordt ingeplant in de wijk Eixample, bekend om het al even iconische stedenbouwkundig plan van Barcelona. Dat plan, het Plan Cerdà (1860), introduceerde een revolutionair raster van vierkante bouwblokken van 113,3 meter met afgeschuinde hoeken van 45° om de zichtlijnen en verkeersdoorstroming te verbeteren, en ongewoon brede straten van 20, 30 en 60 meter. Het doel was de hygiëne, mobiliteit en sociale gelijkheid te bevorderen in een stad die tot dan toe verstikt zat binnen haar middeleeuwse muren. De Sagrada Família beslaat één volledig bouwblok in het oostelijke deel van Eixample, maar overstijgt qua beleving door haar schaal en ontwerp de standaardmaat van Cerdà’s raster. Opmerkelijk is hoe Gaudí’s ontwerp, met zijn organische vormen en torens, sterk contrasteert met de strakke geometrie van Cerdà’s stadsplan.
Op 10 juni 1926, precies honderd jaar geleden, kwam Gaudí te overlijden. In de laatste jaren van zijn leven leidde hij - dag en nacht werkend vanuit een klein kamertje in de basiliek - bijna een kluizenaarsbestaan. Hij stierf op 73‑jarige leeftijd na een tragisch tramongeval tijdens een wandeling over de Gran Via de les Corts Catalanes. Door zijn eenvoudige, wat verwaarloosde kleding werd hij aanvankelijk niet herkend en naar een ziekenhuis voor armen gebracht, waar hij drie dagen later overleed. Op dat moment waren slechts vier van de achttien torens voltooid.
Bij het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 raakte de Sagrada Família beschadigd. Republikeinse troepen staken de crypte in brand en vooral Gaudí’s atelier werd verwoest, waardoor veel originele ontwerpen, tekeningen en gipsmodellen verloren gingen. Daarmee verdwenen ook essentiële richtlijnen voor de bouwers. Architecten en ambachtslieden die na de oorlog het werk voortzetten, moesten zich baseren op de overgebleven schetsen en foto’s om Gaudí’s visie te reconstrueren. Dat leidt tot op vandaag bij sommigen tot controverse over de originaliteit van de huidige uitvoering. Al in 1965 riepen honderden gerenommeerde architecten en intellectuelen op om de werkzaamheden stop te zetten, een discussie die in de jaren zeventig en negentig opnieuw oplaaide. Uiteindelijk draait alles om de fundamentele vraag: kan een onafgewerkt architecturaal ontwerp door anderen worden voltooid zonder de oorspronkelijke geest te verliezen?
Stedelijke spanningen
In 2019 verleende de stad Barcelona een officiële bouwvergunning aan de Sagrada Família, na meer dan een eeuw van onafgebroken bouwactiviteiten sinds 1882. De vergunning kwam er na langdurig juridisch getouwtrek en werd mogelijk gemaakt door een overeenkomst tussen de kerkelijke bestuurders van de Sagrada Família en de gemeenteraad van Barcelona. Een belangrijk onderdeel van die overeenkomst is dat de Sagrada Família een financiële bijdrage levert aan de verbetering van het lokale vervoersnetwerk. Het gaat om een bedrag van 22 miljoen euro, waarvan 6 miljoen specifiek bestemd is voor het verbeteren van de toegankelijkheid van de metro in Barcelona. Die investering moet de verkeerscongestie rond het monument helpen verminderen, gezien het grote aantal bezoekers dat de basiliek jaarlijks aantrekt.
10 juni 2026 gaat de geschiedenis in als de datum waarop de centrale toren door paus Leo XIV werd ingezegend. De bouwwerken zijn echter nog niet voltooid en er blijven nog heel wat harde noten te kraken. Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Gaudí’s overlijden en het bezoek van paus Leo XIV staat de inrichting van de hoofdinkom aan de zuidelijke gevel opnieuw op de agenda: de afwerking van de Glòria‑gevel (aan de Carrer de Mallorca) en de heraanleg van de openbare ruimte zoals voorzien in het stadsplan van Barcelona. Gaudí voorzag hier een monumentale trap en een esplanade die een groot stedelijk plein zouden vormen. De uitvoering daarvan moet nog worden opgestart en blijft controversieel, omdat ze de sloop van bestaande woonblokken zou vereisen en tussen de 200 en 1000 bewoners zou treffen, terwijl Barcelona nu al met een grote woonnood kampt.
Dat het project het voorwerp was van controverses, doet niets af aan de relevantie en legitimiteit van het gebouw.
Alexis Versele is architect en gastprofessor, en lid van de onderzoeksgroep Bouwfysica en Duurzaam Bouwen aan de KU Leuven.