STEEN & BEEN. Evert Lagrou (Filip Canfyn)
Onze huiscolumnist Filip Canfyn ontwaart licht aan het einde van de gewestplantunnel: minister Jo Brouns heeft een “onafhankelijke expertengroep” samengesteld, die “onze ruimtelijke planning sterker, flexibeler en toekomstbestendig” moet maken. Dat werd meer dan tijd en sarcastisch genoeg valt de aankondiging een paar dagen vóór het spijtige overlijden van Evert Lagrou.
Evert Lagrou (1937-2026) mag gerust een monument genoemd worden binnen de academische stedenbouwwereld. Hij stamt nog uit de dagen dat een maatschappelijk assistent later Pol & Soc deed, nog later stedenbouw en ruimtelijke ordening studeerde om tenslotte te doctoreren en hoogleraar te worden. Hij doceerde jarenlang de sociologie van de architectuur en stedenbouw aan Sint-Lucas Brussel en in zijn vrije tijd woog hij op het discours over het ruimtelijk beleid in Vlaanderen en vooral in Brussel. Hij zette al vroeg zijn eigen toon met het boek Ruimtelijke ordening … ook in België? (Davidsfonds, 1971) en werd een trendsettende kritische stem met artikels zoals De gewestplannen 1962-1980: de gemiste kans (Ruimtelijke planning, aflevering 8, 1983). Hij wist waarover hij sprak: als medewerker van Mens en Ruimte was Lagrou betrokken bij de opmaak van die gewestplannen.
De intellectuele erfenis van Evert Lagrou klinkt bijvoorbeeld door in Gewestplannen, van groots project tot blok aan het been (Jaarboek De Aardrijkskunde, 2020). Het eminent gezelschap van auteurs, Tom Coppens, Pascal De Decker, Peter Lacoere, Hans Leinfelder en Guy Vloebergh (vreemd genoeg, of niet, mag geen van hen zitting nemen in de expertengroep …), wijst geargumenteerd op de negatieve gevolgen van de gedateerde gewestplannen. De bouwshift tegen 2040, voor zover nog écht een politieke ambitie, wordt alvast door het al maar uitstellen van een herijking van de bestemmingen onmogelijk en/of onbetaalbaar gemaakt. Of zoals al in 2020 geconcludeerd werd: “De urgentie om de ruimtelijke impact van veertig jaar oude gewestplannen te verminderen stelt zich tot ver buiten het ruimtelijk beleid zelf en staat in relatie tot uitdagingen in onder meer het klimaat-, energie- en gezondheidsbeleid.”
Decennia na het op gewestplannen cliëntelistisch bijkleuren en abundant bouwrechten verlenen door kabinetten kan er misschien nu eindelijk werk gemaakt worden van een verstandig ruimtelijk kader. Al was het maar om Evert Lagrou en zovele andere stedenbouwpioniers postuum wat erkenning en respect te geven.