TECHNISCHE INFO. Hoe garandeer je de brandweerstand van een bestaande houten vloer?
Bij de renovatie van een oud gebouw leggen de brandweerdiensten soms een bepaalde brandweerstand op aan de bestaande vloeren. Dit is vooral het geval wanneer de bestemming van het gebouw wijzigt. Deze eis kan ernstige gevolgen hebben en moet vanaf de ontwerpfase in aanmerking genomen worden.
Mogelijke eisen
In België wordt de brandveiligheid van nieuwe gebouwen voornamelijk gereglementeerd door het koninklijk besluit van 7 juli 1994 (en zijn wijzigingen, waarvan de laatste dateert van 20 mei 2022). Bij renovaties of bestemmings-wijzigingen kan de toepassing van dit document ook opgelegd worden in het kader van de vergunningsaanvraag en het advies van de brandweerdiensten.
Nieuwe gebouwen
Onder ‘nieuwe gebouwen’ verstaan we nieuw opgerichte gebouwen en uitbreidingen van bestaande gebouwen (enkel de uitbreiding wordt dan in aanmerking genomen). Deze regelgeving geldt echter niet voor eengezinswoningen.
Het kan zijn dat de aannemer die verantwoordelijk is voor de renovatie een bestaande vloer brandwerend moet maken. Hiervoor moet het structurele element voldoen aan een brandstabiliteit R 60 en moet de compartimentering beantwoorden aan een brandweerstand EI 60. We willen er wel op wijzen dat deze eis alleen geldt van onder naar boven, dus voor een brand die onder de vloer ontstaat.
Voortplantingsrichting
We krijgen vaak de vraag in welke richting een brand beschouwd moet worden. Voor vloeren heeft de enige huidige eis in België betrekking op de voortplanting van onder naar boven. Er bestaan dus geen eisen voor de situatie waarbij de brand zich van boven naar onder verspreidt.
In het merendeel van de gevallen voldoen de houten vloeren van oude gebouwen niet aan deze eisen, ongeacht of er onder deze vloeren een afwerking aangebracht is.
Vaak noodzakelijke aanpassingen
Er zijn meestal aanpassingen nodig om aan de brand-veiligheidseisen te voldoen. Afhankelijk van de mogelijke ingrepen komen verschillende oplossingen in aanmerking. We willen er echter wel op wijzen dat de gekozen aanpak steeds gevalideerd moet worden door een laboratorium-proef of een erkende berekeningsnota. In de praktijk zal de uitvoering vaak moeten voldoen aan de oplossingen die vermeld worden in een classificatierapport van de fabrikant. In wat volgt bespreken we enkele benaderingen.
De eenvoudigste technische oplossing bestaat erin om onder de bestaande balkenlaag een verlaagd plafond met een brandweerstand EI 60 aan te brengen (zie afbeelding hieronder).

Deze methode garandeert de compartimentering van de vloer en beschermt de houten balken gedurende 60 minuten, zodat de constructie ook voldoet aan de eis voor de structurele sterkte R. Bijzondere aandacht moet uitgaan naar de verzwakkingen van het plafond (bv. armaturen, spots en kabels), die brandwerend afgedicht moeten worden (zie TV 293).
Soms kan deze oplossing echter om verschillende redenen niet toegepast worden, onder meer wanneer het niet mogelijk is om op de onderliggende verdieping in te grijpen (bv. als de ruimten dienstdoen als handelszaak) of wanneer de bestaande afwerking behouden moet blijven, zoals vaak voorkomt bij herenhuizen. In dit geval is het essentieel om alleen langs de bovenzijde van de vloer in te grijpen, door de volledige vloerbedekking te verwijderen en een bescherming aan te brengen die de compartimentering tussen of boven de balken verzekert.
Voor de oplossingen die tussen de vloerbalken aangebracht worden, bestaan er beproefde systemen opgebouwd uit onbrandbare platen en/of isolatie, die – zoals eerder al uitgelegd – zorgen voor een brandwerende compartimentering. Bovendien beschermt hun plaatsing de zijkanten van het hout, waardoor de vereiste structurele sterkte R bereikt kan worden.
Voor de oplossingen bovenop de balkenlaag kunnen verschillende plaatsystemen de brandwerende compartimentering garanderen. Deze configuratie beschermt het hout echter niet rechtstreeks als er brand ontstaat onder de vloer. Daarom moeten de houten balken ofwel een voldoende grote doorsnede hebben om weerstand te kunnen bieden tegen de vlammen, ofwel ook beschermd worden, zoals bij de oplossingen tussen de balkenlaag.
De gekozen oplossing moet vanaf de ontwerpfase bepaald worden en moet gevalideerd worden bij de demontage van de vloer.
Akoestische eisen
Tot slot is het belangrijk dat de gekozen oplossing ook voldoet aan de akoestische eisen, vooral met betrekking tot de lucht- en contactgeluidsisolatie (zie de norm NBN S 01-4001). Wanneer een oud woonhuis omgebouwd wordt tot meerdere appartementen, is het initiële isolatieniveau tussen de toekomstige woningen meestal onvoldoende. Bij de bepaling van de gekozen oplossing moet er dus rekening gehouden worden met het akoestische aspect (zie afbeelding hierboven).
Voor meer informatie hierover verwijzen we naar Buildwise-artikel 2017/04.14. De haalbare akoestische prestaties hangen ook af van de interventiewijze ten opzichte van de balkenlaag: langs onder, ertussen of langs boven. Bovendien zijn in gebouwen met massieve muren vaak voorzetwanden nodig om te voldoen aan de eisen voor de luchtgeluids-isolatie tussen appartementen.
Dit artikel werd opgesteld in het kader van het ‘TimFire’-project, gesubsidieerd door de FOD ‘Economie, K.M.O., Middenstand en Energie’ en het NBN.