Deze groene plek langs de vallei van de Schijn groeide doorheen de tijd uit tot een zootje lokale clubgebouwtjes, volkstuinen, sportvelden en parkeerterreinen. Een lappendeken van functies, met de kenmerken van een restgebied. Het Masterplan Park Groot Schijn combineert die verschillende recreatieve functies tot één groot herkenbaar park met heldere kamers, geprononceerde voegen er tussenin en een centraal plein als apotheose. Een uitgesproken décor voor het park, aangrenzend aan de groenzone van het Rivierenhof. De ‘kamers’, ingebed in een groenstructuur, organiseren tegelijk circulatiestromen en verankeren zich in hun context met een sterk potentieel om de openbare ruimten te activeren. De capaciteiten van de afzonderlijke zones staan samen garant voor de werking van een groot domein.
Binnen het masterplan wordt het samenspel van ‘voegen en kamers’ bewaakt en uitgewerkt. De verschillende gebouwtjes beschouwen we als een familie. Ze zijn verschillend, maar tonen een merkwaardige samenhang. Hun nevenschikking onderlijnt hun onderlinge statuut en verband. Een dubbele voetbalkantine speelt een andere rol dan zijn neef in het erf verderop. Een groter gebouw is nurkser dan een kleine cabane. Bij elk gebouw hoort een bepaalde graad van verfijning, details en materialen. Sommige figuren zijn eerder bekend, andere hebben iets weg van een excentrieke nonkel. Elk gebouw zijn getemperde eigenheid. De coherentie beantwoordt aan verwachtingen van subtiele interventies in publieke infrastructuur.
De verschillende gebouwen in de kamers stellen zich ondergeschikt op ten opzichte van het groen waar ze deel van uitmaken. Hun impact is minimaal en nederig. In de jeugdcluster werd het bestaand hoevegebouw gerenoveerd en omgevormd tot fuifzaaltje. De twee nieuwe gespiegelde lokalen voor jeugdbewegingen proberen het relatief kleine programma een zekere graad van publiek wasdom en gestalte mee te geven. In de materialisatie van de gebouwen zoeken we aansluiting bij de rest van de familie. De volledige structuur binnenin bestaat uit CLT, bestaande elementen - waaronder de houten spanten - werden in ere hersteld en ook het gevelmetselwerk kreeg een tweede leven. De afwatering van de buitenaanleg is verbonden met het watersysteem van het park en sluit aan op een grote wadi als ‘kikkerpoel’.
De kamers hebben een eigen schaal en architectonische dimensie gekregen. De gebouwtjes in de cluster van de Jeugdkamer worden uitgewerkt als dependances van de bestaande hoeve, als schuurtjes. Deze aanpak levert dubbele bodems op, ergens tussen herkenbaarheid en verwondering. De gebouwen willen we buiten-gewoon laten zijn. Niet ongewoon, niet doodgewoon. Gewoon, maar net daarbuiten. We vertrekken van genereuze standaards, gebaseerd op bekende typologieën en toegepast op deze plek. Door de bebouwing én de beplanting wordt een centraal binnenplein gevormd, een huiselijk en overzichtelijk geheel. De gebouwen zijn uitgevoerd in robuuste, maar onderhoudsvriendelijke materialen. De bestaande structuren en nieuwe vertakkingen vormen zo samen toekomstbestendige nerven in de nieuwe parkstructuur.