• 20 april 2026
  • NL
  • FR

Perenpit 39

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

ontwerpopdracht

Stad buiten de stad. Mortsel, eerste stad buiten de Stad groeit gestaag. Tussen het centrum en de fortengordel ligt de wijk Oude God. Kleuterschool de Perenpit ruimt baan voor een bonte mix van woonvormen. Een openbaar pleintje verzorgt een doorsteek voor voetgangers en fietsers. Het vormt tegelijk het adres voor een statig appartementsgebouw met mooie loggia’s en een arcade, vier rijwoningen en een dubbelwoonst als kopgebouwtje. Een vierde figuur, een stoer compact torentje, positioneert zich als boekensteun ten opzichte van de omliggende bebouwing en organiseert mede de binnenhof. De vraag van de opdrachtgever naar een gevarieerd woningaanbod, levert een staalkaart van ontwerpoplossingen op, die als schaakstukken worden gepositioneerd en naar best vermogen worden uitgespeeld.

uitdagingen en antwoorden

Stad binnen de stad. Het potentieel voor groei ligt in Mortsel vaak verscholen in “grote buitenkamers” - achter de linten van kleine rijwoningen of villa’s. In de pit van bouwblokken schuilt een zeker gevaar in de aanwas: de schaalsprongen leveren allerlei conflicten op tussen privé en publiek en er ontstaat een soort Stad binnen de Stad. De inplanting van de nieuwe volumes in de Perenpit herstelt het gefragmenteerd weefsel, dat qua korrel laveert van cottage villa tot appartementsgebouw, en vormt opnieuw een heldere drempel tussen publiek en privaat. De panden staan bij elkaar als coherente familie en gaan zacht op in de schaal van de wijk. Het parkje is voor de buurt en de tuin is voor de bewoners. De groene buitenruimtes zijn subtiel verbonden en dragen elk bij aan een fijn woonklimaat.

In hoeverre is het een duurzaam project in de brede betekenis van het woord?

Vol-ledig. Perenpit vertrekt van wat we niet bouwen: een volwaardige groene publieke ruimte om de buurt een stukje beter te maken en een tuin voor de bewoners. De leegte als onderhandelaar. Gebouwen zijn dragers van cultuur, als rand van het publieke en het gemeenschappelijke. Culturele duurzaamheid mikt op langdurige gebruikswaarde van gebouwen en hun omgeving. Een duidelijke eigen identiteit en juiste korrel versterkt daarbij de sociale samenhang en de betrokkenheid van de gebruikers. Hier woon ik. Degelijke gebouwen, met metier gebouwd, ritmisch en bestand tegen de tand des tijds en tegen modieuze grillen. Schoonheid als een duurzaam beginsel. Via een participatietraject konden buren bovendien inspraak geven over deze uitdagende verdichtingsoefening.

motivatie

De tussenmaat. Er is een schaal tussen het publieke en het huiselijke - de collectieve tussenruimte - waar we graag op inzetten. De Delfste stoep, de plint als een bewoonbare drempel. Een loggia, een arcade, voordeuren. Verdichting wordt vormgegeven in een pandsgewijze compositie van woontypologieën, groene (tussen)ruimte en de korrel van dorpstedelijkheid. Herkenbare en nieuwe figuren werken complementair aan een huiselijk geheel. Stad-huis-kamer. Gedetailleerde articulaties in gevels en uitnodigende onbebouwde ruimte brengen bewoner en buurt op menselijke maat samen. Het publiek domein en het binnengebied als inverse ervan, ontsluiten de gebouwen en compenseren het compacte wonen, met collectieve voorzieningen, met licht, lucht en groen. Niets spectaculair, wel buiten-gewoon.

Onze partners