De geplande afbraak van het station van Kortrijk wordt voorlopig on hold gezet. De Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft geoordeeld dat bij de toekenning van de vergunning onvoldoende werd stilgestaan bij de historische waarde van het bestaande gebouw. Daardoor wordt de procedure teruggestuurd naar de Vlaamse regering, die nu drie maanden de tijd krijgt om een nieuw oordeel te vellen.
De NMBS had vorig jaar groen licht gekregen van de Vlaamse regering om het stationsgebouw af te breken en te vervangen door een hedendaags complex met verhoogde perrons. Ook het stadsbestuur van Kortrijk steunde dat plan. Maar verschillende buurtbewoners en erfgoedorganisaties gingen daar niet mee akkoord. Zij onderstreepten het belang van het bestaande gebouw als waardevol erfgoed en dienden officieel bezwaar in.
Volgens Filip Van Acker, voorzitter van de Raad voor Vergunningsbetwistingen, lag bij het toekennen van de vergunning te veel nadruk op de voordelen van het nieuwe project en werd de erfgoedwaarde van het huidige station niet voldoende onderzocht. De Vlaamse regering moet zich nu herbezinnen en daarbij rekening houden met de argumentatie van de Raad.
Hendrik Nelde van de Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie (VVIA), één van de trekkers van het verzet, reageert verheugd. "Dit is een overwinning voor het erfgoed. Het gebouw illustreert mooi de wederopbouwarchitectuur na de Tweede Wereldoorlog." Hij hoopt dat Ben Weyts, de kersverse Vlaamse minister bevoegd voor erfgoed, alsnog zal beslissen om het station formeel als monument te beschermen. Twee jaar geleden liet de toenmalige minister Matthias Diependaele die kans onbenut.
Ook Philippe Avijn van Groen Kortrijk, die zich eerder al verzette tegen de plannen, spreekt van een belangrijke stap. "Het station is meer dan een functioneel gebouw, het heeft een grote symbolische waarde. We zijn blij dat onze bezorgdheden ernstig genomen worden."
Wout Maddens, schepen van Kortrijk (Team Burgemeester), laat weten verrast te zijn door het arrest. "Dit zorgt wellicht voor vertraging. Er moet nu een duidelijke keuze worden gemaakt: behouden we het bestaande gebouw of kiezen we resoluut voor vernieuwing? Tegelijk willen we ook een betere toegankelijkheid voor de reizigers realiseren. Dat blijft cruciaal, zeker gezien de centrale ligging van het station."
Toch ziet Nelde van VVIA ruimte voor compromis. “We hebben het stadsbestuur een aangepast voorstel overhandigd waarbij het station bewaard blijft en tegelijkertijd ongeveer 90 procent van de geplande werken kan doorgaan.”
Volgens Maddens wil het stadsbestuur de komende weken het gesprek aangaan met de betrokken erfgoedorganisaties en de NMBS, als hoofdinvesteerder van het project. "We bekijken in alle openheid welke opties er nu nog op tafel liggen."