KRITISCHE MASSA. En nu nog de regie (Marc Schepers)
Het gewestplan kleurt ze netjes paars in, ingekapseld in regels en voorwaarden. Ergens aan de rand van de stad. De bedrijventerreinen in Vlaanderen laten zich meestal omschrijven als sterk verharde zones: nauwelijks groen, veel platte dozen, weinig openbaar vervoer, veel auto’s en vrachtwagens. Of anders gezegd: plekken vol gemiste kansen.
Daar komt bij dat de ruimtedruk in Vlaanderen bijzonder groot is. Het aanbod aan beschikbare bedrijventerreinen is historisch laag en bestaande terreinen raken steeds voller. Onze bedrijventerreinen botsen op hun grenzen.
Hebben we dan te weinig ruimte om te ondernemen? Of ondernemen we misschien te weinig mét de ruimte die we vandaag al hebben? Wie vandaag nog uitsluitend pleit voor klassieke uitbreiding, heeft de essentie van de uitdaging niet begrepen.
We smossen met onze ruimte. De organisatie van veel bedrijventerreinen is immers het resultaat van een oude logica die vandaag steeds minder werkt: zo snel mogelijk individuele kavels aanbieden aan bedrijven. Elk bedrijf kreeg zijn eigen stuk grond, parking, ontsluiting, energievoorziening en logistieke organisatie. De meerwaarde van het terrein als geheel kreeg nauwelijks aandacht en collectieve gebiedsregie bleef grotendeels afwezig.
Vandaag botsen we op de grenzen van dat model. Netcongestie, waterproblematiek, mobiliteitsdruk, klimaatadaptatie en ruimtegebrek maken pijnlijk duidelijk dat de uitdagingen van vandaag niet stoppen aan de perceelsgrens. Wat vroeger efficiënt leek, blijkt steeds vaker ruimtelijk, ecologisch én economisch inefficiënt. Want uiteindelijk leidt die versnippering niet alleen tot onderpresterende bedrijventerreinen, maar ook tot minder performante bedrijven.
Het World Economic Forum stelt al jaren dat samenwerking en verduurzaming sleutels zijn tot toekomstige economische groei. Ondernemen speelt zich steeds meer af binnen ecosystemen. Op plekken waar energie beschikbaar en betaalbaar blijft. Waar logistiek slimmer georganiseerd wordt. Waar samenwerking mogelijk is met bedrijven in de buurt. Waar talent geraakt zonder dagelijks uren in de file te verliezen. Waar bedrijven kunnen aansluiten op bestaande bevoorradings- en waardeketens en deel worden van een groter werkend geheel.
Je zou dus denken dat ecosysteemdenken stilaan wordt gezien als een glasheldere economische hefboom. Helaas lijkt dat inzicht nog onvoldoende doorgedrongen. Of slagen we er simpelweg niet in om bedrijventerreinen rond slimme en duurzame samenwerking te organiseren.
Te veel bedrijven blijven denken binnen de grenzen van hun eigen perceel, alsof concurrentiekracht nog altijd uitsluitend een individuele oefening is. Werkgeversorganisaties en politici vervallen op hun beurt nog te vaak in de klassieke uitbreidingsreflex: meer hectares, meer ontsluitingen, meer ruimte. Lokale besturen voelen de noodzaak tot verandering meestal wel aan, maar botsen op versnipperde bevoegdheden, beperkte slagkracht en een gebrek aan instrumenten om bedrijventerreinen als samenhangende systemen te organiseren.
En dus blijft samenwerking, ondanks alle voordelen, te vaak uit. Terwijl het gebrek eraan ons economische slagkracht kost én de noodzakelijke verduurzaming vertraagt. Want samenwerking ontstaat niet vanzelf. Zeker niet in de complexiteit van een bedrijventerrein. Daarvoor is regie nodig.
Regie vraagt een mandaat, een neutrale positie, overzicht, keuzes, vertrouwen, duidelijke afspraken en helderheid over risico’s en meerwaarden. Regie brengt ambities samen, maakt belangen expliciet, zoekt koppelkansen en activeert projecten die het geheel versterken.
Dan wordt restwarmte plots een grondstof. Een individuele laadpaal een gedeeld energiesysteem. Een parkeerprobleem een collectieve mobiliteitsoplossing.
Het bedrijventerrein van de toekomst vraagt daarom veel meer dan klassieke ruimtelijke planning of infrastructuurontwikkeling. Het vraagt het actief verbinden van bedrijven, overheden, netbeheerders, ontwikkelaars en kennisinstellingen rond gedeelde opgaven én een duidelijke ontwikkellogica.
Welke investeringen versterken elkaar? Welke infrastructuur kan collectief georganiseerd worden? Waar ontstaan schaalvoordelen?
Zo wordt energie collectiever georganiseerd. Water wordt hergebruikt en gebufferd op schaal van het terrein. Mobiliteit verschuift van individuele parkeerlogica naar slimme multimodale bereikbaarheid. Circulariteit stopt niet binnen de muren van één bedrijf, maar organiseert uitwisseling van materialen, energie en reststromen tussen bedrijven onderling.
Groei wordt daardoor niet langer uitsluitend bepaald door bijkomende hectares, maar meer nog door toegang tot talent, innovatie, infrastructuur en sterke waardeketens.
Het bedrijf van de toekomst zal ook steeds vaker kiezen voor de kwaliteit van het ecosysteem waarin het terechtkomt: samenwerkingsmogelijkheden, duurzaamheid, gedeelde infrastructuur, identiteit en toegang tot kennis en innovatie.
Het bedrijventerrein evolueert zo van een verzameling kavels naar een economisch netwerk met een eigen dynamiek en meerwaarde. Een plek waar duurzaamheid en samenwerking geen verplichting zijn, maar georganiseerde collectieve intelligentie.
De kernvraag luidt dan ook niet langer: “Hoe creëren we meer ruimte?” Maar wel: “Hoe maken we de ruimte die we vandaag al hebben collectief slimmer, duurzamer, productiever en veerkrachtiger?”
Nu nog de regie.
Marc Schepers is ex-schepen van ruimtelijke ordening van de stad Hasselt. In zijn nieuwe onderneming KeyMotion brengt hij met zijn team ondernemers en overheid samen met oog op het ontwikkelen van vernieuwende stedelijke innovatietrajecten in de domeinen mobiliteit en omgeving.