SCHERPGESTELD. Frederik Vercruysse “Ik probeer zoveel mogelijk te vertellen met zo weinig mogelijk informatie”

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

Met de nieuwe rubriek Scherpgesteld zet Architectura architectuurfotografen in de kijker die met hun beelden mee bepalen hoe we gebouwen zien en begrijpen. Hoe kijken zij naar architectuur? Wat maakt een beeld voor hen sterk? In deze reeks beantwoorden Belgische fotografen tien vaste vragen over hun parcours, hun werkwijze en hun visie op het vak. Vandaag is het de beurt aan Frederik Vercruysse. In zijn werk, dat hij omschrijft als ‘slow photography’, hanteert hij een methodische en gedetailleerde aanpak om de essentie van een ruimte te vatten. 

Hoe ben je in de (architectuur)fotografie terechtgekomen?

Als tiener bracht ik veel tijd door met het bekijken van kunstboeken en interieurmagazines. Aanvankelijk dacht ik eraan om architectuur te studeren, maar al snel realiseerde ik me dat ik meer geïnteresseerd was in architectuur als beeld dan in het ontwerpen ervan. Nadat ik begin 2000 fotografie had gestudeerd, fotografeerde ik meteen architectuurprojecten voor vrienden die stage deden bij architecten of net hun eigen architectenbureau begonnen. In die tijd was de Belgische (voornamelijk Vlaamse) architectuur en interieurontwerp trending in de internationale architectuurpers. Ik kon meteen foto's door mij gemaakt, publiceren in gerenommeerde tijdschriften.

Na verloop van tijd evolueerde mijn fotowerk van het puur documenteren van architectuur naar het vertellen van interieurverhalen. Na een paar jaar fotografeerde ik ook intensief stillevens. Voor mij was dit een soort micro-architectuurfotografie. Dit trok de aandacht en ik begon te werken voor grote internationale merken in de design-, mode- en luxesector (Hermès, Zara Home, Molteni&C, Tiffany&Co, Diptyque, etc.).

Wat spreekt je het meest aan in het fotograferen van architectuur?

Ik vind het geweldig om zowel architectuur- als interieurfotoreeksen te maken, zowel voor ontwerpers, tijdschriften, commerciële klanten en al zeker voor persoonlijk werk. Je leert ook interessante mensen kennen bij dit soort shoots. Als fotograaf verken je de ruimtes van een gebouw of interieur en dan duik ik in een flow om een mooi verhaal te creëren. Ik zoek naar rustgevende beelden (ik hou ervan om zoveel mogelijk te vertellen met zo weinig mogelijk informatie) en daardoor kom ik zelf in een soort meditatieve toestand, waarin ik me heel goed kan concentreren. Ik vind deze rust erg interessant. Het laat me toe om heel geconcentreerd de essentie van een ruimte vast te leggen. Daarnaast waardeer ik het enorm dat ik constant bezig mag zijn met schoonheid en met het vastleggen van het eindresultaat van een complex proces.

Op welke eigen reportage of project ben je het meest fier en waarom?

Ik ben niet zozeer trots op een specifieke reportage of iets specifieks in mijn oeuvre, maar eerder op mijn hele portfolio. Eerder trots op een verzameling van allemaal losse beelden die ik doorheen de jaren maakte. Zo'n verzameling toont ook verschillende sterke fases in een oeuvre. Ik ben nooit assistent geweest, ik heb na mijn studies meteen gefotografeerd voor ontwerpers en voor tijdschriften. Ik ben heel organisch gegroeid naar waar ik nu ben en naar het soort fotograaf dat ik nu ben. Ik ben ook best trots dat mijn carrière spontaan is gegroeid, ook al is mijn fotografie zelf niet zo spontaan. Ik werk zeer gedetailleerd en probeer mijn werk altijd een poëtische en/of grafische laag mee te geven. Ik werk niet snel en op gevoel. Laat ik het 'slow photography' noemen... Ik omschrijf mijn werk als stillevenfotografie in de breedste zin van het woord. Ik plaats mijn stillevens, mijn architectuurfotografie en interieurfotografie ook in dezelfde categorie. Vandaar moeilijk om er één reportage uit te halen...

Wat maakt een gebouw volgens jou interessant om te fotograferen?

Soms ben ik een gebouw aan het fotograferen waarbij je voelt dat er iets niet klopt. Het kan gebeuren dat er iets niet klopt in de verhoudingen, in het gebruik van lichtinval, in het materiaalgebruik of de inrichting van de ruimtes. Dit gaat waarschijnlijk niet zozeer over de kwaliteit van de architectuur, omdat dit heel persoonlijk kan zijn, maar over een gevoel. Het gaat over iets wat niet klopt in hoe ik een gebouw in beeld wil en kan brengen. Iets wat ontbreekt. Al het tegenovergestelde van dit, kan interessant zijn. Het gaat vooral over het gevoel je als fotograaf hebt en hoe je dit vertaalt naar een interessant beeld. En het hoeft echt geen spectaculaire of minimalistische architectuur te zijn. Wat vertelt een ruimte en hoe voelt deze aan. Hoe vertaal je wat een architect heeft bedacht tot een interessant beeld? Ik vind het een interessante gedachte om bij het fotograferen op zoek te gaan naar dat beeld van een gebouw dat je wilt inkaderen en als autonoom werk aan een muur kan hangen.

Welke architectuurprojecten hebben je de laatste jaren bijzonder geïmponeerd?

Bij ons vind ik de eigen woning van Marie-José van Hee een pareltje (ook al is dit ondertussen niet zo’n recent project meer). Dit is het soort architectuurtaal waar ik enorm van hou. Onlangs was ik in het Fondazione Prada in Milaan (OMA). Ik vond het een indrukwekkend gebouw, ook al ben ik niet de grootste fan van Rem Koolhaas. Zijn architectuur vind ik vaak te complex en hij zet met zijn experimenteren het doel van het gebouw vaak in de schaduw. Maar toch vond ik dit een innovatief gebouw op elk gebied: hier vind ik de integratie van oud en nieuw, het materiaalgebruik, de ruimtelijkheid, de gelaagdheid, etc. wel heel gepast, functioneel en een bezoek waard.

Welke architecten of bureaus maken volgens jou vandaag bijzonder sterke architectuur?

Niettegenstaande men er in België toch wel een zootje van heeft gemaakt op het gebied van ruimtelijke ordening en stedenbouw, vind ik wel dat er heel veel architectenbureaus daar op een heel intelligente en creatieve manier mee omgaan. In België hou ik enorm van het werk van Office KGDVS. Het werk van Marie-José van Hee kan mij ook enorm bekoren. En ik hou ook enorm van de intelligente architectuur en poëtische taal van het Franse bureau Pollet Pinet Architectes.

Welke fotografen hebben jouw blik op architectuurfotografie sterk beïnvloed?

Toen ik fotografie studeerde was Dirk Braeckman de fotograaf naar wie ik opkeek. Ook al doe ik iets totaal anders, hij heeft mijn werk beïnvloed. Ik word trouwens meer beïnvloed door fotografen die totaal andere dingen doen dan wat ikzelf doe. Ik ben ook grote fan van het werk van Viviane Sassen.

Wat maakt volgens jou het verschil tussen een correcte architectuurfoto en een echt sterke architectuurfoto?

Een correcte architectuurfoto is voor mij een droge, objectieve registratie van de werkelijkheid. Het toont de uiterlijke kwaliteiten van het onderwerp. Dit kan uiteindelijk ook een heel sterk beeld zijn. Een echt sterke architectuurfoto hoeft voor mij geen correcte architectuurfoto te zijn. Het is een architectuurfoto waarbij de fotograaf op een minder logische manier heeft gekeken en een spanning heeft gecapteerd. Maar vooral een gevoel heeft gecapteerd en een beeld heeft gecreëerd met verschillende (al dan niet poëtische) lagen. Zo'n foto is sterk genoeg om als autonoom werk te functioneren.

Welke gouden tip zou je willen meegeven aan aspirant-architectuurfotografen?

Probeer geen stappen over te slaan. Probeer zelfzeker te worden in wat je doet en in jouw fotografie, ook al zul je dat nooit helemaal zijn, want er moet altijd een zekere onrust zijn zodat je scherp blijft. Als je goed wilt worden in je werk, moet je elke opdracht als belangrijk beschouwen en er je uiterste best voor doen. Het is ook belangrijk om je eigen stijl te leren kennen, want het duurt even voordat je erachter komt wat je eigen beeldtaal is. Fotografeer bovendien alleen wat je echt interesseert. Als je geïnteresseerd bent in paarden, moet je paarden fotograferen en geen huizen.

Ik denk dat ik de fotograaf ben geworden die ik nu ben door veel te fotograferen. Ik heb geen fases of stappen overgeslagen, ik heb veel gefotografeerd voor kleinere merken, voor mezelf en voor tijdschriften. Ik probeerde opdrachtgevers altijd te overtuigen van hoe ik iets zag, waardoor ik een eigen uitgesproken beeldtaal heb kunnen ontwikkelen en daarin technisch zeer vaardig ben geworden. Daardoor heb ik nu veel vertrouwen in mijn vakmanschap en weet ik dat als een opdrachtgever iets verwacht, ik dat ook zonder twijfel kan bieden.

Hoe heb je doorheen je loopbaan als architectuurfotograaf de Belgische architectuur zien evolueren?

Ik ben begonnen als fotograaf toen er een jonge Belgische architecten generatie (vaak om budgettaire redenen) inzette op vaak minimale, maar heel creatieve en sterke ingrepen of inzette op het gebruik van één bepaald materiaal. Materialen bleven onafgewerkt, constructieve oplossingen bleven zichtbaar, (al dan niet bestaande) ruimtes werden letterlijk omkaderd met materialen of technieken die voorheen niet gebruikt werden, etc. Internationaal werd dit opgepikt als heel innovatief. Ondertussen is dit een gevestigde manier van ontwerpen en bouwen. Ook op beleidsvlak is er veel veranderd in positieve zin. Daarnaast heb ik in een andere architectuursfeer ook een Belgisch minimalisme zien ontstaan dat ondertussen is verwaterd tot eenheidsworst, tot een opbod van materialen, extreme volumes en technieken en andere kapitalistisch gedreven processen.

  • Deel dit artikel

Onze partners