Van visie naar uitvoering: Vlaams Bouwmeester Véronique Claessens lanceert ambitienota ‘Publiek Project’

  • image

Op dinsdag 28 april stelde Vlaams Bouwmeester Véronique Claessens in het Atelier Bouwmeester in de Brusselse Ravensteingalerij haar ambitienota 2026–2030 voor. De presentatie lokte een ruime opkomst van ontwerpers, beleidsmakers en andere betrokkenen uit het ruimtelijke veld. Na een welkomstwoord van (interim)minister van Wonen, Energie en Klimaat Hans Bonte en een reflectie door Sofie De Caigny, lichtte Claessens haar plannen toe in gesprek met gastheer Peter Norro. De toon van de bijeenkomst was helder: na een eerste verkennende periode wil Claessens haar mandaat nu scherpstellen en concretiseren.

Centraal in de ambitienota, gebundeld onder de titel Publiek Project, staat een duidelijke koers: minder beschouwen, meer doen. Véronique Claessens positioneert haar mandaat expliciet “in het teken van uitvoering en verbinding”, met een sterke nadruk op projectmatig en geïntegreerd samenwerken. Ze structureert haar aanpak rond drie speerpunten: betaalbaar en kwaliteitsvol wonen, een democratische en inclusieve publieke ruimte, en een overkoepelende ontwerpattitude die ze samenvat als ‘verantwoord ontwerpen’. Die drie lijnen vormen samen een werkagenda die tegelijk concreet en systemisch wil zijn.

Betaalbaar wonen als structurele opgave

Het eerste speerpunt – betaalbaar en kwaliteitsvol wonen – wordt door Claessens niet als een geïsoleerde ontwerpopgave gezien, maar als een breed maatschappelijk vraagstuk. Ze schetst een woonmarkt onder druk, met stijgende prijzen, lange wachtlijsten en een groeiende kloof tussen beleidsambities en realiteit. “Wie betaalbaar wonen ernstig wil nemen, moet de problematiek integraal en systemisch benaderen,” schrijft ze in de nota. Daarmee positioneert ze wonen nadrukkelijk op het snijvlak van ruimtelijke ordening, economie en sociale rechtvaardigheid.

In haar aanpak wil Claessens die complexiteit niet reduceren, maar net inzetten als hefboom. Ze ziet kansen in het geplande investeringsprogramma voor sociale woningbouw en pleit voor een andere omgang met grondposities en woonproductie. Daarbij schuift ze alternatieve modellen naar voren, zoals wooncoöperaties en community land trusts, en wil ze via pilootprojecten onderzoeken hoe “wonen aan kostprijs” ook in Vlaanderen ingang kan vinden. Opvallend is haar nadruk op schaal: door projecten te bundelen en intensief te begeleiden, wil ze impact genereren die verder reikt dan individuele realisaties.

Publieke ruimte als democratisch fundament

Het tweede speerpunt richt zich op de publieke ruimte, die Claessens beschouwt als een cruciale drager van samenleven. Ze benadrukt dat mensen niet alleen wonen in hun huis, maar ook in hun straat, wijk en stad, en dat die collectieve ruimte bepalend is voor sociale cohesie. “De publieke ruimte is het verlengstuk van het huis,” stelt ze, en tegelijk “een centrale bouwsteen van een gezonde, democratische en inclusieve samenleving”. Daarmee schuift ze publieke ruimte naar voren als een expliciet politiek en maatschappelijk project.

Die benadering vertaalt zich in een pleidooi voor een bredere ontwerppraktijk. Naast klimaatadaptatie wil Claessens ook inzetten op ontmoeting, gebruikservaring en participatie. Ze pleit voor een “én-én-benadering”, waarbij ecologische en sociale functies hand in hand gaan. Concreet betekent dit dat ontwerpers vaker samenwerken met andere disciplines en met gebruikers zelf. Publieke ruimte wordt zo niet alleen ontworpen, maar mede gemaakt door wie haar gebruikt, wat het draagvlak en de kwaliteit ervan moet versterken.

Verantwoord ontwerpen als rode draad

Het derde speerpunt overstijgt de thematische lijnen en vormt volgens Claessens de kern van haar mandaat. ‘Verantwoord ontwerpen’ is geen afzonderlijk domein, maar een houding die elk project moet doordringen. Ze vertrekt daarbij van fundamentele vragen: moet er wel gebouwd worden, is dit de juiste plek, en kan hergebruik een alternatief zijn? Die reflectie moet leiden tot een meer zorgzame omgang met ruimte en middelen, in het licht van klimaatverandering en schaarste.

De ambitie is expliciet normatief: “Wat we vandaag doen, mag geen hypotheek leggen op de toekomst,” stelt Claessens. Ze koppelt die houding aan concrete instrumenten zoals patrimoniumplanning, circulair bouwen en nature-based solutions. Op die manier wil ze ontwerp inzetten als strategisch middel om ecologische, sociale en ruimtelijke opgaven met elkaar te verbinden. Verantwoord ontwerpen fungeert zoals een kader dat richting geeft, eerder dan als een afgebakend beleidsdomein.

Met deze ambitienota kiest Véronique Claessens resoluut voor een actieve en verbindende rol van het bouwmeesterschap. De komende vijf jaar wil ze de vertaalslag maken van visie naar uitvoering, via concrete projecten die tegelijk experiment en beleidshefboom zijn. Of die aanpak effectief tot structurele verandering leidt, zal afhangen van de mate waarin ze erin slaagt om de verschillende betrokken actoren mee te krijgen. Maar de inzet is duidelijk: een bouwmeester die niet alleen adviseert, maar ook bouwt aan een andere praktijk.

De integrale ambitienota van Véronique Claessens is te downloaden via de website van de Vlaams Bouwmeester.

Bron Team Vlaams Bouwmeester

  • Deel dit artikel

Onze partners