COLUMN. De opstand van de gevels: de stad als orkest (Alexis Versele)

  • image

Momenteel brengt Opera Ballet Vlaanderen de stadsopera De opstand van de gevels. Deze opera legt op ontroerende wijze de affectieve band bloot die bewoners met hun stad kunnen hebben. Tegelijk toont hij hoe kunst mensen kan verbinden en een belangrijke rol kan spelen in het maatschappelijk debat. Muziek, theater en andere artistieke vormen bieden immers een krachtig forum om thema’s als superdiversiteit, gentrificatie, leefbaarheid en de identiteit van de stad bespreekbaar te maken.

Deze participatieve muzikale productie draait rond de vraag: in wat voor stad willen we leven? Vanuit een ervaringsgerichte benadering probeert ze de hedendaagse stad collectief te begrijpen, ervaringen met een breed publiek te delen en kritische reflecties over de stad te formuleren.

Thomas Verstraeten trok in Gent eerder al de aandacht met een feestelijke optocht waarin twee Gentse gevels van plaats wisselden. Nu nodigt hij de inwoners van de stad uit om de gevels te verklanken. Hij plaatste hiertoe die gevels op het podium van NTGent. Een groep mensen en instrumenten vormt samen een nieuw samengesteld stadsorkest dat de historische gevels en de verhalen van de stad letterlijk tot klinken brengt: de dynamiek, architectuur, geschiedenis en bewoners van de stedelijke omgeving worden artistiek, sociologisch en muzikaal vertaald naar geluid.

De openbare ruimte

Voor Thomas Verstraeten is de stad wellicht de meest geniale uitvinding van de menselijke cultuur. In De opstand van de gevels wordt de stad voorgesteld als een voortdurende zoektocht naar evenwicht tussen de vele, soms conflicterende dynamieken van superdiversiteit en de mogelijkheid om in harmonie samen te leven. Daarbij wordt duidelijk dat het er niet op aankomt verschillen uit te wissen, maar ze met elkaar in verbinding te brengen. Het centrale ideaal is dan ook eenheid in verscheidenheid.

Hij laat zich onder meer inspireren door de socioloog en filosoof Richard Sennett, voor wie moderne maatschappelijke en politieke tendensen vaak het tribalisme stimuleren: mensen trekken zich terug in hun eigen groep, in plaats van zich open te stellen voor een bredere burgergemeenschap. Daardoor verzwakt het vermogen om samen te werken met mensen die anders zijn dan zijzelf.

Opera Ballet Vlaanderen deed een beroep op Thomas Verstraeten vanwege zijn eerdere ervaring met sociaal-artistieke projecten in de openbare ruimte, zoals de Seefhoek Series (2023), een ode aan de bijzonder diverse wijk van Antwerpen-Noord. De Seefhoek Series vormen een zevendelig, grootschalig locatieproject waarbij Verstraeten met honderden buurtbewoners de straat optrekt om met performances en installaties alledaagse stedelijke taferelen om te vormen tot kunst. Met Urbi et Orbi, het slotstuk en de theatrale apotheose van de Seefhoek Series, bouwde hij het Antwerpse Koningin Astridplein minutieus na in de Bourlaschouwburg. Waar de wijk in de eerdere delen van het project als podium fungeerde, werd nu het echte stadsleven naar binnen gebracht. Een veertigtal figuranten bewoog zich over het nagebouwde plein als fietsers, shoppers, wandelaars en jongeren die er rondhangen.

Opstand

Met De opstand van de gevels worden kritische vragen gesteld bij de manier waarop het beleid omgaat met de leefbaarheid van onze steden. Sommige deelnemers klagen de onderfinanciering van de buitenwijken aan, terwijl het stadscentrum steeds meer dreigt te vervlakken tot een banale, monoculturele en saaie omgeving, op maat van de toevallige bezoeker of toerist.

Zo worden zowel de leefbaarheid van de Vrijdagmarkt als de gentrificatie in de 19de-eeuwse arbeiderswijk van de Brugse Poort ter discussie gesteld. Beide wijken worden gesymboliseerd door twee gevels: één uit de Brugse Poort en één van de Vrijdagmarkt. In september werden beide gevels uit hun vertrouwde omgeving losgemaakt en van plaats verwisseld.

Participatie

De opera wordt muzikaal vormgegeven door een stadsorkest, bestaande uit een niet-professionele groep van 36 Gentse inwoners die hun inspiratie halen uit hun buurt en hun composities baseren op hun eigen ervaringen en verhalen over de stad. Een mix van instrumenten, van klassieke opera-instrumenten tot zelfgemaakte instrumenten, een draailier, een doedelzak en zelfs een dj-tafel, zorgt voor een grote verscheidenheid aan klanken en muziekstijlen.

Het project vertoont parallellen met Verstraetens Symphony for One Hundred Citizens and a Traffic Light. In dit muziektheaterproject vormen alledaagse stadsgeluiden het orkest. Op het podium staat een grote stedelijke sculptuur, opgebouwd uit elementen uit het stadsleven. Honderd Antwerpenaren bespelen deze elementen en brengen één grote symfonie voort met geluiden van mensen die het asfalt openbreken, kinderen die in de speeltuin spelen, basketballers die zich energiek uitleven op een pleintje, voetballers en een trouworkest. Lawaai op straat wordt muziek en schetst op die manier een klankportret van de stad.

Thomas Verstraeten laat zich inspireren door de manier waarop de Franse schrijver Georges Perec de stad observeerde. In zijn boek L'Infra-ordinaire stelde Perec zich vragen over het alledaagse leven: “De kranten berichten over alles, behalve over het dagelijkse leven … Het banale, het dagelijkse, het vanzelfsprekende, het gewone, de achtergrondruis, wat we gewend zijn: hoe kunnen we dat vastleggen?” In zijn Tentative d'épuisement d'un lieu parisien noteerde Perec minutieus drie dagen lang wat er gebeurde op een terras bij het Café de la Mairie aan de Place Saint-Sulpice in Parijs: passerende bussen, zoals lijn 86 of 70, pratende mensen, voetstappen, gehoest en spelende kinderen. Hij beschouwde stadsgeluiden niet als toevallige hinder, maar als een soort maatstaf of klokslag die de tijd en de achtergrondruis van de stad structureert.

Ook andere componisten hebben geëxperimenteerd met participatieve muzikale trajecten, zoals Frederik Neyrinck. In het kader van Adem de Stad, in samenwerking met De Singel en sociaal-artistieke organisaties, componeerde hij muziek waarbij kinderen uit verschillende stedelijke scholen actief meezongen en meewerkten. Ook The Ostend Street Orkestra (TOSO), opgericht onder de vleugels van de participatieve kunstorganisatie kleinVerhaal, brengt professionele muzikale coaches en kwetsbare stedelingen, zoals dak- en thuislozen, samen. De composities ontstaan op organische wijze uit jazzimprovisatie en de uiteenlopende achtergronden van de deelnemers. De koorleden schrijven hun eigen teksten en laten zich inspireren door hun thuisstad Oostende en de zee.

De stad als bron van muzikale inspiratie

De opstand van de gevels kadert binnen het theater- en operaseizoensthema 2026-2027 van Opera Ballet Vlaanderen: À la flamande. De titel verwijst met een knipoog naar de culinaire uitdrukking ‘op Vlaamse wijze’, vaak geassocieerd met gulle ingrediënten zoals bier of boter. In deze context staat de uitdrukking symbool voor een combinatie van traditie, Vlaamse eigenzinnigheid, gulheid en artistieke durf.

Talloze componisten en muzikanten gingen Thomas Verstraeten voor in het verklanken van de stad, waarbij de stad niet alleen fungeert als decor, maar als de drijvende ritmische en emotionele kracht achter de compositie. George Gershwin combineerde in An American in Paris de bruisende, elegante en ietwat hectische boulevards van de Franse hoofdstad in de jaren twintig met Amerikaanse jazz- en bluesritmes. Edgard Varèse liet zich inspireren door de overweldigende schaal, de machines, de wolkenkrabbers en de rauwe, rusteloze energie van het moderne New York. Ottorino Respighi schetst in zijn symfonische gedichten Fontane di Roma en Pini di Roma de grandeur en de intieme, zwoele sfeer van Rome. Edward Elgar schetst met Cockaigne (In London Town) het Londen van zijn tijd en wisselt daarbij koninklijke melodieën af met levendige straatscènes. Kurt Weill verbeeldt de politieke instabiliteit, armoede, decadentie en sociale ontwrichting van Berlijn kort na de Eerste Wereldoorlog. Astor Piazzolla verklankt het rusteloze, melancholische, romantische en temperamentvolle karakter van het nachtleven in Buenos Aires in zijn Cuatro Estaciones Porteñas (de vier seizoenen van Buenos Aires). Jacques Brel ten slotte roept in Amsterdam het zeemanskarakter en de melancholie van de havenstad op.

De opstand van de gevels is een echte stadsopera. De stad komt er letterlijk op scène; ze wordt er verklankt op de wijze waarop ook de Amerikaanse componist Tod Machover, bekend om zijn stadsopera's en City Symphonies voor Edinburgh, Toronto en Detroit, te werk gaat. In deze projecten worden duizenden stadsgeluiden, van metro's tot gesprekken tussen voorbijgangers, met behulp van digitale technologie verwerkt tot composities waarin ook lokale koren en orkesten een plaats krijgen. City Symphonies stelt een samenwerkingsmodel voor waarin mensen van alle leeftijden en achtergronden gezamenlijk betekenisvolle muziek creëren. Het resultaat is iets wat niemand afzonderlijk had kunnen realiseren, zelfs niet de meest professionele musicus.

Zo wordt de stad niet alleen het onderwerp van een muzikale compositie, maar ook de ruimte waarin mensen elkaar ontmoeten, naar elkaar luisteren en samen iets nieuws tot stand brengen.

Alexis Versele is architect, gastprofessor en lid van de onderzoeksgroep Bouwfysica en Duurzaam Bouwen aan de KU Leuven.

  • Deel dit artikel

Onze partners