Steen & Been: Petit Perret

Onze huiscolumnist Filip Canfyn laat zichzelf nogmaals vrijwillig stalken door architect-aannemer Auguste Perret, die al de hoofdrol speelt in onder meer ‘Standaardtaal’ (19.04.22.). Schuldige aanleiding voor deze mentale achtervolging is een ontwerp van Eduardo Souto de Moura, de Portugese grootmeester van de gewortelde eenvoud.

Eduardo Souto de Moura kwam onlangs, op uitnodiging van Archipel, commentaar geven bij het boeiende Brugse Beurs- en Congresgebouw ( of BMCC ) en zijn ander recent werk, onder de noemer ‘Echoes of architectural traditions’. (Ik kon niet meeluisteren maar een broederlijke bron bezorgde mij het briljante beeldmateriaal van de lezing.)

Ik val vooral voor een restauratie en uitbreiding van een voormalig (bus)station tot het theatergebouw La Comédie (2020) in Clermont-Ferrand. In 2015 wordt hiervoor een ontwerpwedstrijd uitgeschreven en een lokale architect belt Souto op. Die heeft geen zin in een onzeker avontuur, zegt dus ‘neen’ maar plooit toch wanneer hij hoort dat het station getekend werd door ene Valentin Vigneron, een discipel alias epigoon van Auguste Perret. De mélange van knipogen naar art déco en modernisme, plechtstatig ‘structureel classicisme’ genoemd, vertaalt Franse frivoliteit in genuanceerd beton. Souto valt voor dat beton en die Perret (Vigneron zal hij schamper ‘Petit Perret’ blijven noemen) en wint de wedstrijd met een wonderlijk ontwerp. Wat geklasseerd is wordt in ere hersteld als voorhof van een imposante maar fijnzinnige uitbreiding, die refereert naar Corbu en Siza.

Souto heeft nog nooit een schouwburg moeten bedenken en grijpt graag terug naar het concept en de betonstructuur van het Parijse Théâtre des Champs-Elysées (1910) van dezelfde Perret, die dit denkwerk zou gestolen hebben van Henry van de Velde, volgens van de Velde althans. Souto blijft zichzelf, dus nederig: “Ik heb niet de pretentie een theater of een typologie te willen uitvinden. In architectuur moet je niet aarzelen te kopiëren. De architectuurgeschiedenis zit vol oplossingen. Waarom dan het wiel heruitvinden?” Ook voor de raammodules laat Souto zich inspireren door het Parijse Paleis van Jena (1939) van weeral Perret. Echoes of architectural traditions, quoi.

(Om de zalige Arno zaliger te parafraseren: tot zover de Perret Brigade.)

Deel dit artikel:

Onze partners