"Architectuur en infrastructuur zijn voor mij hetzelfde": Shohei Shigematsu over OMA's uitbreiding van het New Museum

De uitbreiding van het New Museum in New York moest volgens OMA veel meer worden dan een extra tentoonstellingsgebouw. In een video-interview met architectuurcriticus Vladimir Belogolovsky vertelt OMA-partner Shohei Shigematsu hoe de nieuwbouw de tentoonstellingscapaciteit verdubbelt en tegelijk een nieuwe relatie aangaat met het iconische SANAA-gebouw uit 2007. Rem Koolhaas omschreef de toevoeging bij de opening niet als een klassieke uitbreiding, maar als "een aanvulling of tegenhanger". Shigematsu sluit zich daarbij aan: "We wilden een duo ontwerpen van twee gebouwen die duidelijk verschillend zijn, maar tegelijk sterk met elkaar verbonden." 

Volgens Shohei Shigematsu schuilt de grootste kwaliteit van het project in de bijna onzichtbare overgang tussen oud en nieuw. Door alle vloeren zorgvuldig op elkaar af te stemmen, vloeien beide gebouwen volgens hem volstrekt in elkaar over. "Het belangrijkste aan dit project is de naadloosheid tussen de twee gebouwen," zegt hij. Sommige bezoekers zouden zelfs niet meer kunnen onderscheiden welke galerijen tot het oorspronkelijke museum behoren en welke deel uitmaken van de uitbreiding. Tegelijk kreeg het museum een reeks open ruimtes voor educatie, evenementen en ontmoeting, omdat musea vandaag volgens hem veel meer zijn dan plekken waar alleen kunst wordt getoond.

Meer dan een gebouw

Een van de opvallendste uitspraken uit het gesprek is Shigematsu's overtuiging dat architectuur en infrastructuur niet van elkaar te scheiden zijn. Dat sommige critici de uitbreiding eerder als infrastructuur dan als architectuur omschrijven, ziet hij daarom niet als kritiek, maar als waardering. "Het onderscheid tussen beiden is volgens mij kunstmatig," stelt hij. De uitbreiding moest immers in de eerste plaats de circulatieproblemen van het oorspronkelijke museum oplossen door nieuwe verbindingen en logische bezoekersstromen te creëren.

Ook de keuze om het bestaande gebouw op de uitbreidingssite niet te behouden, kwam aan bod. Hoewel OMA verschillende scenario's voor behoud onderzocht, bleek een zinvolle integratie technisch onhaalbaar. "Het zou mooi zijn geweest om minstens een deel van het gebouw te behouden, maar uiteindelijk bleek dat niet op een betekenisvolle manier mogelijk," zegt Shigematsu. De nieuwbouw maakt bovendien het oorspronkelijke SANAA-volume beter leesbaar als vrijstaand object. Op vraag van SANAA werd ook opnieuw gekozen voor een metalen gaasgevel, zodat beide gebouwen ondanks hun verschillende vormgeving één architecturaal geheel vormen.

Innovatie zit niet in de vorm

Het gesprek biedt tegelijk een inkijk in Shigematsu's bredere ontwerpvisie. Volgens hem begint architectuur niet bij vorm, maar bij voortdurende observatie en onderzoek. OMA onderzoekt al jaren hoe musea kunnen evolueren tot plekken waar tentoonstellingen, onderwijs, artistieke residenties en gemeenschapswerking samenkomen. Daarom ziet hij innovatie ook niet in spectaculaire architecturale gebaren: "Innovatie ontstaat voor mij vaak door de activiteiten die een gebouw mogelijk maakt, en niet door de vorm zelf.” De architectuur moet vooral nieuwe vormen van gebruik mogelijk maken.

Aan het einde van het interview blikt Shigematsu ook breder terug op de cultuur binnen OMA. Volgens hem blijft het bureau bestaande uitgangspunten voortdurend in vraag stellen, ongeacht de schaal of het programma van een project. "We stellen altijd de vanzelfsprekendheden ter discussie," zegt hij. Voor zijn eigen werk betekent dat steeds minder een zoektocht naar een herkenbare vormentaal en steeds meer naar de meest vanzelfsprekende oplossing voor een specifieke context. "Ik omarm de eigenheid van elk project. Er bestaat geen vaste methode of formele agenda," besluit hij. Daarmee vat hij niet alleen de uitbreiding van het New Museum samen, maar ook de ontwerpfilosofie die OMA al decennialang kenmerkt.

Bron ArchDaily

  • Deel dit artikel

Onze partners