Eagles of Architecture ontwerpt nieuw woonzorgcentrum als kleinschalige leefbuurt rond “Zilveren Boulevard”

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

Het nieuwe woonzorgcentrum van welzijnsvereniging De Zilveren Zwaan in Heist-op-den-Berg krijgt de vorm van een kleinschalige leefbuurt in plaats van één groot zorggebouw. De studieopdracht voor de landschappelijke inpassing en de bouw werd via een Open Oproep van de Vlaams Bouwmeester toegewezen aan Eagles of Architecture, dat samenwerkt met vzw Ik, Wij, Cluster Landschap & Stedenbouw, IRS Studiebureau en Bureau De Fonseca. Het ontwerpteam schuift een zorgomgeving naar voren waarin wonen, welzijn en zorg nauw verweven raken met het dagelijkse leven in de omliggende wijk. 

Het nieuwe complex komt op de huidige Vlinderparking en vervangt woonzorgcentrum Berkenhof, dat met zijn kleine kamers en verouderde voorzieningen niet langer aan de hedendaagse zorgnoden voldoet. De ambitie is nadrukkelijk niet om op die plek een nieuwe zorginstelling als geïsoleerde ‘mastodont’ neer te zetten. Eagles of Architecture vertaalt het omvangrijke programma naar een reeks kleinere volumes, tuinen en buitenkamers, hoofdzakelijk verdeeld over twee bouwlagen en lokaal een derde. Het resultaat moet eerder als een woonbuurt dan als een instelling worden ervaren: een plek waar het leven ook in de laatste levensfase zo gewoon mogelijk kan doorgaan.

Een boulevard als ruggengraat

De stedenbouwkundige ruggengraat van het voorstel is de Zilveren Boulevard, een groene verbinding die de Stationsstraat, de zorgsite en de omliggende buurt met elkaar verbindt. Eagles of Architecture beschouwt die route niet louter als circulatie, maar als een opeenvolging van publieke kamers die geleidelijk van publiek naar privaat evolueren. Langs de boulevard komen voorzieningen die bewoners met buurtbewoners kunnen delen, zoals de kapper, kinesist en het wassalon. Ook het lokaal dienstencentrum sluit erop aan. Zo wordt een wandeling door het woonzorgcentrum tegelijk een mogelijkheid om anderen tegen te komen.

Ook aan de Stationsstraat zoekt het ontwerp bewust aansluiting met het bestaande stedelijke weefsel. Een plein vormt er een soort voorkamer voor de site, terwijl een publiek park met speeltuin gekoppeld wordt aan de sociale functies van het woonzorgcentrum. Het Huis van het Kind krijgt eveneens een plek op de campus. Die combinatie creëert mogelijkheden voor contacten tussen verschillende generaties: kinderen en jonge gezinnen komen op dezelfde site als bewoners, bezoekers en gebruikers van het lokaal dienstencentrum. De zorgsite wordt zo geen afgesloten eiland, maar een nieuwe schakel in het dagelijkse leven van Heist-op-den-Berg.

Wonen in een hedendaags beluik

Voor het eigenlijke woonzorgcentrum grijpt Eagles of Architecture terug naar de typologie van het beluik. De verschillende woningen worden langs een centrale structuur geschakeld, met daartussen brede, groene buitenkamers. Die ondiepe binnentuinen bieden tegelijk geborgenheid en contact: bewoners kunnen er zitten of wandelen en vanuit hun leefruimte kijken naar wie voorbijgaat. De ontwerpers beschouwen de buitenruimtes nadrukkelijk als onderdeel van het wonen. In de plannen en doorsneden verschijnt daardoor geen autonoom zorggebouw, maar een schakeling van huizen, collectieve ruimtes, terrassen en groene hoven die rechtstreeks met elkaar in verbinding staan.

Die kleinschaligheid wordt doorgezet in de organisatie van de leefgroepen. Telkens acht studio’s worden gekoppeld aan een gemeenschappelijke leefruimte, waar bewoners kunnen eten, rusten of anderen ontmoeten. De verschillende woningen kunnen tegelijk tot grotere gehelen van zestien, vierentwintig of tweeëndertig bewoners worden geschakeld. Daardoor hoeft de ruimtelijke structuur niet vast te zitten aan één zorgmodel. Veranderende zorgbehoeften of andere vormen van groepswonen kunnen later worden opgevangen zonder het volledige gebouw opnieuw te organiseren. De heldere planopbouw en overzichtelijke routes moeten daarbij zowel bewoners als personeel houvast bieden.

De studio als eigen huis

Op de kleinste schaal krijgt de individuele studio veel gewicht. Eagles of Architecture omschrijft die als het hart van het wonen en geeft elke kamer, naar eigen zeggen ‘op z’n Vlaams’, een voor- en achterdeur. De bewoner krijgt zo niet alleen een kamer, maar een eigen plek tussen een collectieve binnenwereld en een tuin, terras of buitenkamer. Zicht op groen en ruimte voor persoonlijke spullen moeten bewoners toelaten de studio daadwerkelijk toe te eigenen. Ook op de verdieping blijft het contact met buiten tastbaar via terrassen, buitenkamers en zichten op licht, lucht en groen.

Die aandacht voor toe-eigening loopt als een rode draad door het ontwerp. Eagles of Architecture verwijst daarbij expliciet naar Alison en Peter Smithson en hun ideeën uit The Art of Inhabitation: architectuur moet voldoende structuur en leesbaarheid bieden, maar tegelijk ruimte laten voor bewoners om hun omgeving zelf betekenis te geven. Ook de collectieve woonkamer wordt vanuit die gedachte ontworpen. De ontwerpers willen vermijden dat een ruimte leeg aanvoelt wanneer slechts één bewoner aanwezig is, terwijl verschillende bewoners er tegelijkertijd een eigen plek moeten kunnen vinden. De architectuur biedt daarvoor het kader, het dagelijkse gebruik vult het verder in.

Architectuur die ook voor zorgverleners werkt

De huiselijke schaal mag de dagelijkse zorgwerking niet bemoeilijken. Achter de kleinschalige woonomgeving zit daarom een rationele organisatie met korte looplijnen, duidelijke zichtlijnen en logisch gegroepeerde functies. Centrale zorgposten met visueel contact naar de bewonersruimtes, ergonomische werkplekken en rustplekken moeten het personeel ondersteunen. Parking en een deel van de technische en ondersteunende ruimtes worden ondergronds georganiseerd. Het hoogteverschil aan de Keverstraat wordt daarbij benut om de parking gedeeltelijk verdiept onder het laatste woonvolume te schuiven, met een rechtstreekse verbinding naar de woningen.

De flexibiliteit zit ook in de voorgestelde constructie. Alleen de ondergrondse delen worden om redenen van funderingsstabiliteit, waterdichting en brandveiligheid in beton voorzien; voor de bovengrondse constructie stelt het ontwerpteam houtskeletbouw met kamerbrede overspanningen voor. Daarmee wil het niet alleen het aandeel beton beperken, maar ook inzetten op een biologisch regenereerbaar materiaal, circulariteit en een relatief eenvoudige constructiewijze. De aanpasbaarheid speelt eveneens op kleinere schaal: ook vraagstukken zoals koppelkamers worden tijdens het verdere ontwerpproces samen met opdrachtgever en gebruikers verder onderzocht.

Lowtech en fossielvrij

Ook voor de technieken formuleert het wedstrijdvoorstel duidelijke ambities, die tijdens de verdere ontwerpfase nog verfijnd moeten worden. Het ontwerpteam stelt een volledig fossielvrij concept voor, met onder meer geothermie, bodem/water- en lucht/waterwarmtepompen en PV-T-panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren. Passieve koeling via het BEO-veld moet de kamers tijdens warme periodes helpen verkoelen, terwijl manueel te openen ramen en zonwering bewoners zelf enige controle over hun binnenklimaat geven. Een centrale technische ruggengraat verdeelt onder meer warmte, elektriciteit, data en water naar de verschillende leefgroepen.

Zo koppelt Eagles of Architecture een technisch toekomstgerichte zorgomgeving aan een opvallend alledaags architecturaal vocabularium. Niet de medische infrastructuur, maar het huis, de tuin, de straat en het beluik vormen de belangrijkste referenties. De Zilveren Boulevard verbindt die verschillende schaalniveaus: van de Stationsstraat en de buurt tot de collectieve leefruimtes en uiteindelijk de individuele studio. Als de vooropgestelde timing wordt gehaald, starten de werken in het laatste kwartaal van 2028 en volgt de ingebruikname in 2031. Het ontwerptraject dat nu begint, moet het wedstrijdvoorstel verder verfijnen, maar de inzet is helder: geen geïsoleerde zorginstelling bouwen, maar een leefbuurt waarin wonen, zorg en het gewone dagelijkse leven naast en door elkaar kunnen bestaan.

Bron Team Vlaams Bouwmeester, Eagles of Architecture & Mediahuis

  • Deel dit artikel

Onze partners