HAVANA architectuur integreert subtiel twee compacte sociale woonvolumes in Bredense tuinwijk

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

Aan de rand van de Nukkerwijk in Bredene realiseerde HAVANA architectuur samen met Lambda-max (stabiliteit), Tech3 (technieken) en Seghers landschapsarchitecten het project Groenzicht: negentien sociale appartementen die zich zorgvuldig inpassen in een bestaande tuinwijk uit de jaren vijftig. De opdracht kwam van De Oostendse Haard, vandaag Woonsprong. Voor architect Bert Haerynck draaide het project van meet af aan om meer dan louter verdichting. “Integratie was echt een sleutelwoord in de basisopzet van het project”, zegt hij. “Het mocht zich nooit afkeren van zijn context.”

De Nukkerwijk bestaat grotendeels uit grondgebonden sociale woningen met tuinen, garages en brede groene tussenruimtes. Veel van die woningen worden vandaag onderbenut doordat oudere bewoners er alleen achterblijven. Groenzicht introduceert daarom een nieuwe woonvorm in de wijk: compacte appartementen voor kleinere huishoudens, zonder het karakter van de buurt te ondergraven. “De huisvestingsmaatschappij wilde een compactere typologie introduceren”, vertelt Bert Haerynck. “Zo konden grotere woningen opnieuw beschikbaar worden gesteld voor gezinnen met kinderen.”

Verdichten zonder schaalbreuk

Het terrein waarop Groenzicht verrees, was oorspronkelijk bebouwd met drie woningen, maar lag jarenlang braak als een anoniem grasveld. HAVANA architectuur won de opdracht via een Winvorm-procedure en zag meteen potentieel in de plek. Niet door het terrein vol te bouwen, maar door de bestaande openheid strategisch te benutten. “We hebben de gebouwen zo gepositioneerd dat ze de doorwaadbaarheid van de site begeleiden”, zegt Haerynck. “De inplanting is eigenlijk rechtstreeks voortgekomen uit de grillige contouren van het perceel.”

Die context leidde tot twee volumes die als een tweeling in het landschap staan, maar subtiel van elkaar verschillen. Eén gebouw telt drie bouwlagen, het andere twee met een optopping aan het park. Zo ontstaat extra densiteit zonder de schaal van de wijk te bruuskeren. “Je kan niet voorbijgaan aan je context”, zegt Haerynck. “Hier was twee lagen op sommige plekken eigenlijk de limiet, met slechts punctueel een derde laag.”

Collectief groen als bindmiddel

Een groot deel van de site bleef onbebouwd en werd ingericht als een collectieve parktuin met grasheuvels, boomgroepen en informele paden. De bestaande kruiwagenpaden van de tuinwijk werden doorgetrokken zodat ook de nieuwe bewoners en omwonenden de site kunnen doorkruisen. Het landschap werd bewust minder strak ontworpen dan een klassieke publieke groenzone. “We hebben geprobeerd de plek dynamischer en meer sitespecifiek te maken”, vertelt Haerynck. “Met speelheuvels, een bank en een groenaanleg die wat wilder is dan zomaar een vlakke pelouse.”

De collectieve tuin is niet zomaar restgroen tussen gebouwen, maar het centrale bindmiddel van het project. HAVANA architectuur koos er expliciet voor om geen private tuinen toe te kennen aan de gelijkvloerse appartementen. Daardoor blijft de volledige buitenruimte gedeeld en leesbaar als één samenhangend parklandschap. “We hebben van bij de wedstrijd voluit de kaart van de collectieve ruimte getrokken”, zegt Haerynck. “Anders dreigde die groenruimte uiteindelijk noch vlees noch vis te worden.”

Een gebouw opgebouwd vanuit de rand

Ook de appartementen zelf zijn ontworpen vanuit de relatie met hun omgeving. De architecten werkten concentrisch van buiten naar binnen: eerst de groene buffer rond het perceel, vervolgens de leefruimtes aan de gevel, daarachter de technische en functionele ruimtes, en centraal de trapzaal. Die logica zorgt voor heldere plannen en gelijkwaardige appartementen. “We zijn letterlijk vertrokken vanuit de perceelsgrens”, zegt Haerynck. “Die offset van acht meter heeft zich daarna helemaal doorgezet in het gebouw.”

Door de atypische trapeziumvormen krijgen de appartementen brede gevels en overhoekse leefruimtes met panoramische ramen. Zelfs de kleinste units voelen daardoor ruim aan. De leefruimtes liggen steeds aan het groen, terwijl slaapkamers en badkamers meer beschut zitten. “Veel ontwerpers vertrekken vanuit een rechthoek”, zegt Haerynck. “Maar hier zijn het uiteindelijk trapezia geworden door de context en de gewenste doorwaadbaarheid van de site.”

De trapzaal als collectieve woonkamer

Misschien het meest opvallende element van Groenzicht bevindt zich in het hart van de gebouwen: de open trapzaal. In plaats van een louter functionele circulatieruimte ontwierp HAVANA architectuur een genereuze binnenruimte met daglicht, ronde trapbewegingen en zelfs een boom die door een opening in de vloerplaat groeit. “Die trapzaal gaat voorbij aan het louter verbinden van verdiepingen”, zegt Haerynck. “Ze creëert ook traagheid en een echte beleving van de collectieve ruimte.”

De architecten besteedden opvallend veel aandacht aan materialiteit, kleurgebruik en details in die collectieve zones. Net daar wilden ze extra kwaliteit creëren. Volgens Haerynck bepaalt dat sterk hoe bewoners hun woonomgeving ervaren. “Veel traphallen zien eruit als zomaar een traphal omdat ze ook zo ontworpen zijn”, zegt hij. “Maar als je daar net iets meer ruimte en aandacht aan geeft, ontstaat er verblijfskwaliteit.”

Instant integratie in de wijk

Ook in de gevelarchitectuur zocht HAVANA architectuur nadrukkelijk aansluiting bij de bestaande tuinwijk. De volumes kregen een terracottarode recuperatiebaksteen, verdiept voegwerk en subtiele kleuraccenten die verwijzen naar de omliggende woningen. Toch vermijden de architecten nostalgie of imitatiearchitectuur. “Het was belangrijk om iets te maken dat duidelijk vandaag gebouwd is”, zegt Haerynck. “Maar zonder dat het zich afkeert van de sfeer en materialisatie van de wijk.”

De keuze voor recuperatiebaksteen was daarbij zowel ecologisch als emotioneel gemotiveerd. “Die recuperatiesteen heeft iets heel vertrouwds”, zegt Haerynck. “Daardoor stellen de gebouwen zich nederig en laagdrempelig op tegenover hun context.” Ook de inkomportalen kregen extra aandacht, met geglazuurde blauwe baksteen en zorgvuldig ontworpen verlichting.

Compact wonen als toekomstmodel

Onder de ingetogen architectuur schuilt tegelijk een uitgesproken duurzaamheidsambitie. De appartementen zijn uitgerust met individuele warmtepompen gekoppeld aan een collectief geothermisch veld, zonnepanelen en doorgedreven isolatie. Dankzij de compacte bouwvorm halen de woningen bijzonder lage energieprestaties. “Het gemiddelde E-peil van de woningen hier is nul”, zegt Haerynck. “En dat is deels mogelijk dankzij de compactheid van dit gebouwtype.”

Voor HAVANA architectuur toont Groenzicht vooral hoe kleinschalige verdichting kwaliteitsvol kan gebeuren binnen bestaande woonwijken. Niet door maximale densiteit na te streven, maar door zorgvuldig te zoeken naar evenwicht tussen collectiviteit, privacy, schaal en landschappelijke integratie. “Wij hebben het project altijd voorgesteld alsof die volumes hier staan zoals een grote woning of villa in een grote tuin”, besluit Haerynck. “Precies daardoor kan dit een sterk rolmodel zijn voor toekomstige verdichtingsprojecten.”

  • Deel dit artikel

Onze partners