STEEN & BEEN. Goesting (Filip Canfyn)
Onze huiscolumnist Filip Canfyn komt op basis van een gedegen studie tot een ontstellende maar niet verrassende conclusie: de providers van nieuwbouw (ontwikkelaars en verkavelaars) trekken zich geen fluit aan van de woningbehoefte maar gaan volop voor de woonvoorkeur van hogere inkomens, dus voor te grote halfopen woningen in open ruimte.
Joren Sansen analyseert in De ruimtelijke dynamiek van de nieuwbouw woningmarkt (Steunpunt Wonen, 2026) de nieuwbouwproductie vanaf 2011. Hij detecteert een structurele en toenemende kloof tussen de vraag naar woningen, die gedreven wordt door gezinsverdunning, vergrijzing en betaalbaarheid, en het feitelijk gerealiseerde nieuwbouwaanbod. Zo wordt weeral bevestigd dat dat deel van de vastgoedsector een aanbodmarkt is, die zijn goesting doet en niet bezig is met maatschappelijke behoeften. De conjunctuur, de beschikbaarheid van bouwgronden en de regelgeving inzake ruimtelijke ordening spelen hun rol maar het zijn vooral de providers zelf, die bepalen hoeveel en welke woningen op welke locaties komen.
Sansen stelt vast dat het nieuwbouwaanbod voor bijna de helft bestaat uit eengezinswoningen en vooral ruime grondgebonden (half)open woningen, dus dat het nieuwbouwaanbod de historisch gegroeide woonvoorkeur bestendigt zonder dat daar vanuit demografisch en ruimtelijk perspectief behoefte aan is. Anders gezegd, bouwshift tarara, compactering tarara en lekker vastgoed produceren voor de hogere inkomens. Geen wonder dat de gemiddelde oppervlakte van een nieuwbouwwoning, ondanks een daling, 150 m² blijft. En in de periode van lage interestvoeten resulteert het verhoogd ontwikkelingsritme niet in meer woningen maar in meer tweede verblijven en meer leegstaand investeringsvastgoed.
Deze en andere vaststellingen verwonderen mij niet en vatten eigenlijk een situatie samen, die we al lang maar druppelsgewijs tevoorschijn zien komen: nieuwbouw heeft niets met wonen, laat staan met huisvesting te maken.
Dit gezegd zijnde betreur ik het recente opiniestuk van Vlaams Bouwmeester Véronique Claessens onder de titel ‘Laat die 50.000 sociale woningen niet meteen verrijzen op onze ongerepte greenfields’. Elk woord, dat ze schrijft, is zonder meer waar maar helpt ons niet verder. Integendeel. Eén, de sociale huisvestingssector waarschuwen voor iets dat ze zou kunnen doen in de toekomst en terzelfdertijd de nieuwbouwproviders ongemoeid laten voor wat die al zo lang doen (zie hierboven), zo’n dubbel discours is niet fair. Twee, ook een Vlaams Bouwmeester moet beseffen dat elke al dan niet terechte opmerking op de sociale huisvestingssector misbruikt wordt om weeral niets te doen aan het flagrant tekort en om de lucratievere markt zijn goesting te blijven geven op ongerepte greenfields.