Manchester: open cultureel stadslandschap in Brusselse Heyvaert-wijk (Civic Architects + BC architects & studies)

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

Na een stilstand van anderhalf jaar zijn de werken aan Manchester in Molenbeek opnieuw opgestart. Het project, naar een ontwerp van Civic Architects en BC architects & studies, transformeert de voormalige Graeffe-suikerraffinaderij tot een culturele productiehub van meer dan 10.000 vierkante meter. In opdracht van de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI) werken de architecten samen met onder meer Atelier Arne Deruyter voor het landschap, BAS voor stabiliteit, Cenergie voor technieken, Bureau De Fonseca voor akoestiek en Architecture Workroom Brussels voor participatie. Het project maakt deel uit van het Stadsvernieuwingscontract Heyvaert-Poincaré en moet uitgroeien tot een nieuw cultureel hart voor de wijk.

Manchester wordt geen klassiek cultuurgebouw, maar een hybride stedelijk ensemble met ateliers, artist-in-residencewoningen, een polyvalente zaal, een circulaire productiehal, horeca, publieke binnenhoven en groene buitenruimtes. De ontwerpers vertrekken daarbij niet vanuit een tabula rasa, maar vanuit de bestaande kwaliteiten en verschillen van de plek. Erfgoedbehoud, circulariteit, publieke ruimte en low-tech duurzaamheid vormen de grote rode draden van een project dat evenzeer over stadsontwikkeling gaat als over architectuur.

Van gesloten bouwblok naar publieke doorsteek

Een van de meest ingrijpende aspecten van het project is de manier waarop het gesloten bouwblok wordt opengebroken. Vandaag vormt het ensemble een moeilijk toegankelijke verzameling loodsen en binnenplaatsen midden in de dense Heyvaertwijk. Het ontwerp introduceert een nieuwe publieke verbinding tussen de Manchesterstraat en de Birminghamstraat, waardoor een enorm binnengebied plots deel wordt van het stedelijke netwerk van voetgangersroutes en ontmoetingsplekken.

Die doorwaadbaarheid is meer dan een praktische ingreep. De opeenvolging van binnenhoven, doorgangen, entrees en trappen maakt van Manchester een nieuw stuk publieke stad. De architecten verwijzen daarbij naar de Brusselse porte-cochère, waarbij semi-open doorgangen een subtiele overgang vormen tussen straat en binnenwereld. Opvallend is ook de beslissing om de oorspronkelijk geplande ondergrondse parking te schrappen. In plaats daarvan investeren de ontwerpers in publieke ruimte, circulatie en verblijfskwaliteit.

Erfgoed als actieve structuur

Civic Architects en BC architects & studies kiezen nadrukkelijk voor een adaptieve omgang met het bestaande patrimonium. In plaats van alle gebouwen naar hetzelfde technische of esthetische niveau op te waarderen, behouden ze net de verschillen tussen de verschillende onderdelen van het ensemble. Hoge en lage ruimtes, ruwe en afgewerkte structuren, koude en warme plekken blijven leesbaar aanwezig in het project.

Die houding vertaalt zich in het principe “programma volgt gebouw” in plaats van “gebouw volgt programma”. De bestaande eigenschappen van de ruimtes bepalen mee welk gebruik er mogelijk is. Daardoor ontstaat een flexibele structuur die zich makkelijker laat toe-eigenen door kunstenaars, makers en buurtinitiatieven. Het project positioneert erfgoed niet als een statisch monument, maar als een open systeem dat zich verder kan ontwikkelen in de tijd.

Circulariteit als architecturale logica

Manchester gaat opvallend ver in zijn circulaire ambities. Het project zet maximaal in op behoud van bestaande structuren en recupereert materialen uit gesloopte delen voor hergebruik in de nieuwbouw. Zo worden gerecupereerde bakstenen ingezet in de gevels van het nieuwe gebouw aan de Manchesterstraat en krijgen oude raamelementen een tweede leven in de klimaatgevel van de voormalige raffinaderij.

Opmerkelijk is dat circulariteit hier niet louter technisch of theoretisch blijft, maar ook de architectuur zelf vormgeeft. De dubbelhoge polyvalente zaal wordt bijvoorbeeld opgebouwd in kalkhennep en kreeg een parabolische vorm omdat die constructief het meest efficiënt bleek voor een overspanning van tien meter. De architectuur ontstaat daardoor rechtstreeks uit materiaalgedrag, bouwlogica en hergebruik, eerder dan uit een vooraf opgelegd formeel concept.

Klimaatarchitectuur zonder overtechnisering

Ook op energetisch vlak kiest het project voor een alternatieve benadering. In plaats van het volledige complex zwaar te isoleren en volledig technisch te conditioneren, werken de architecten met verschillende klimaatzones. Sommige ruimtes blijven onverwarmd of slechts beperkt verwarmd, terwijl alleen specifieke delen volledig geïsoleerd worden. De eigenschappen van de bestaande gebouwen sturen mee welk programma waar kan landen.

Daarnaast zet Manchester sterk in op passieve klimaatsystemen. Een nieuwe klimaatgevel aan de zuidzijde van het machinegebouw functioneert als bufferzone die in de winter zonnewarmte opvangt en in de zomer natuurlijke ventilatie mogelijk maakt. Zonneschoorstenen zorgen elders in het ensemble voor natuurlijke luchtcirculatie. Geothermie en hybride zonnepanelen vullen het systeem aan. Daarmee positioneert het project zich als een kritiek op de tendens om historische gebouwen volledig technisch dicht te regelen.

Nieuwe culturele infrastructuur voor de stad

Manchester onderscheidt zich ook door zijn programmatische mix. Het project combineert culturele productie, artistieke residenties, buurtvoorzieningen, horeca en circulaire economie in één ensemble. Het gaat dus niet om een klassiek cultuurhuis dat zich uitsluitend richt op presentatie of publiekswerking, maar om een infrastructuur voor maken, ontmoeten en experimenteren.

Die keuze sluit aan bij de specifieke context van de Manchesterstraat, waar vandaag al een opvallende concentratie van culturele initiatieven aanwezig is, van Recyclart en Charleroi Danse tot het Decoratelier van Jozef Wouters. Manchester probeert die bestaande dynamiek te versterken en ruimtelijk met elkaar te verbinden. De architectuur fungeert daarbij als een gedeelde drager voor uiteenlopende vormen van gebruik en samenwerking.

Een groene hefboom in de Heyvaertwijk

Het project krijgt extra betekenis door zijn ligging in de Heyvaertwijk, een dense en sterk verharde omgeving die bekendstaat om de internationale handel in tweedehandsvoertuigen. Publieke ruimte en groen zijn er schaars aanwezig. Manchester probeert daarop te reageren door voormalige logistieke binnenhoven om te vormen tot groene verblijfsruimtes, experimenteerplekken en tuinen.

Aan de Manchesterstraat voorzien de ontwerpers bovendien een groen stadsbalkon met “hangende tuinen” op het dak. Elders wordt een omsloten restzone ingericht als wilde fruittuin. Die vergroening heeft niet alleen een sociale maar ook een klimatologische rol. In wat de ontwerpers omschrijven als een wijk met een uitzonderlijk hoge verhardingsgraad, moeten de nieuwe buitenruimtes zorgen voor verkoeling, waterretentie en een sterkere beleving van de seizoenen. Daarmee positioneert Manchester zich niet alleen als cultureel project, maar ook als een stedelijke hersteloperatie voor een complexe Brusselse wijk.

Bron Civic Architects, BC architects & studies & BMA

  • Deel dit artikel

Onze partners